Translate

Choose your language

Choose your language

Het weer op Bali


Een Cheetah in Kruger National Park
THE WEATHER ON BALI

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?
Wij zijn Henk en Jacqueline en wonen sinds 2012 op Bali. Wij gaan graag op ontdekkingsreis in en buiten Indonesie.

Welkom op ons blog

Welkom op ons blog

Aantal pageviews t/m vandaag

Aantal pageviews t/m vandaag

Totaal aantal pageviews t/m vandaag

Hot news

Een mijlpaal: Woensdag 23 december 2020
300.000 vieuws.

Translate our blog in your language

dinsdag 24 april 2018

Tumingki

Zondag 22 april 2018
Het is kwart voor negen en onze gids Tailah met de chauffeur staan al te wachten. We gaan naar Loksado in het Meratus gebergte. In dit gebied gaan we vanmiddag een trekking door de jungle maken. Onderweg nog even gegeten in een warung in Kandangan. Om half twee waren we op de plek van vertrek van de trekking. Tailah had ons verteld dat we grotendeels over goede paden gingen lopen. Prima want van glibberen en glijden houden we niet. Maar het werd anders. De eerste twee uur lopen we in de stromende regen over verharde paden en over drie wiebelende hangbruggen en door een aantal kleine dorpjes. In één van de dorpjes drinken we thee in een warung. Dan slaan we rechts af en komen op een onverhard pad. Nog niks aan de hand maar dat pad stopte. De gids en de drager Samuel hakten een pad door de dichtbegroeide rimboe. Door de regen is alles spekglad. Er komt geen eind aan. Hij weet heel goed de weg en is helemaal in zijn sas. Wij niet. We gaan het al minder leuk vinden. We lopen zo al vier uur, op en af, klauterend en glibberend. En dat ook nog met een rugzakje van een kilootje of 10. Diverse keren gaan we onderuit maar met de hulp van Samuel komen we weer overeind en gaan verder. Het wordt al donker en we lopen nog steeds in de dichte rimboe. We gaan verder met lampjes op het voorhoofd maar het blijft glibberen. Een uur later bereiken we toch de verharde weg en dan is het nog een half uur lopen naar het Dayak dorp Tumingki waar we slapen in een longhouse. We zijn zeiknat van het zweet en zitten ook nog onder de modder van het uitglijden. We zitten er helemaal door. We worden heel hartelijk ontvangen door de Dayak familie en krijgen thee en een maaltijd met rijst uit de bergen, groente, gebakken ei en tempé. De oudste van de familie is 95 jaar en nog heel vitaal. Hij lult als Brugman. De vrouw des huizes heet DongAma. Dong is de naam en Ama betekent de oudste dochter. We lopen naar de overkant waar het “Longhouse” staat. Hier slapen wij op een een matje. Dat wordt een slechte nacht maar we zijn moe, dat scheelt. Het longhouse wordt niet meer gebruikt om te wonen. Een aantal jaren geleden woonden hier alle mensen bij elkaar. Inmiddels hebben ze elk een eigen huis. Dit Dayakdorp bestaat uit een tiental huisjes die rond het Longhouse zijn gebouwd. Het Longhouse wordt nu gebruikt als gezamenlijke opslag en twee keer per jaar voor de rijstceremonie. 
Voor morgen hebben we het programma kunnen wijzigen. We zouden nog een dag gaan trekken maar daar zien we van af. We hebben er geen zin en het is met die regen te gevaarlijk. Dus gaan we twee uur lopen over de weg naar Loksado en daar gaan we op een bamboevlot raftend in drie uur stroomafwaarts. 




zaterdag 21 april 2018

Orang Utan Rimba

21 april, zaterdag
Het is nog heel vroeg maar de vogels laten zich al luid horen. Zelfs de Rhino Hornbill is met zijn scherpe geluiden dicht in de buurt. Helaas laat hij zich niet spotten. De zwarte Hornbill hebben we eergisteren wel gezien. De regent klettert nog steeds ritmisch op het dak van de Klotok. Het valt met bakken uit de grijs samengepakte hemel. Laten we hopen dat de zon nog door gaat breken zodat onze gisteren gewassen shirts nog kunnen drogen. Vandaag varen we terug naar Kumai en dan met de auto naar het vliegveld. Om 15.00 staat ons de vlucht te wachten naar Banjarmasin. 
De Klotok pruttelt langzaam naar het punt waar de Seinkonyer rivier stroomt in de grote Kumai rivier. Bij het verlaten van de plek waar de nacht hebben doorgebracht horen we geruis tussen de bomen. En daar hangt Orang Utan Rimba tussen de takken. Zij komt ons uitzwaaien. Geweldig! We zijn op de grote rivier, steken over en leggen de Klotok aan. We geven de bemanning een hand en stappen met Ari en Chris in een gereedstaande auto. Wij rijden in een klein uurtje naar het vliegveld. We geven ze een hand en een vette schouderklop want Chris is een hele goede gids. Gepokt en gemazeld in de jungle tussen de Orang Utan.
We vliegen met een propeller van Wings Air. We gaan precies om 15.05 uur de lucht in naar Palankaraya met na 30 minuten een tussenstop in Sampit. Daarna nog een keer 30 minuten naar Palankaraya. Hier gaan we in de wacht tot 18.35 voor de vlucht naar Banjarmasin. Tijd genoeg voor een Soto Ayam met rijst.
Ook de vlucht naar Banjarmasin vertrekt keurig op tijd. We landen in de stromende regen. Bij het uitstappen wordt iedere passagier een paraplu aangeboden. Prima service! Bij binnenkomst van het luchthavengebouw lijkt het wel een mierenhoop. Wat een drukte. Het is niet duidelijk op welke van de drie bagagebanden de rugzakken komen. Maar ineens zijn ze daar op een kort bandje in de hoek. We laden ze op een kar en lopen door de menigte naar buiten. Daar is de taxidesk. Voor RP 120.000 naar het Hotel Guesthouse One. De taxichauffeur weet de weg maar wil ons afzetten bij het verkeerde adres maar met Google Maps hebben wij hem geholpen naar het juiste hotel. 
En toen ja hoor......wij zeggen goedenavond en leggen onze boekingspapieren van Booking.com op de balie. Sorry maar we zitten vol. Hebben die gasten onze kamer aan een ander gegeven. Een zware discussie in het Bahasa Indonesia komt op gang want ze spreken geen woord Engels. Wij blijven onze poot stijf houden want we willen een kamer. Het is inmiddels 22.00 uur en wij willen ons gaan prepareren voor morgen en we willen slapen. Mijn stemverheffing helpt en ze hebben nog een duurdere kamer en ze willen dan wel dat we bijbetalen.....maar dat doen we uiteraard niet. No way! Het meisje gaat bellen.....en we krijgen de kamer voor de geboekte prijs. Pfffffff wat een gedoe weer. Inmiddels hebben we met onze gids het programma voor de komende drie dagen besproken. Om negen uur vetrekken we naar Loksado voor een trekking.

Tanjung Puting

20 april 2018, vrijdag
Het is 05.30 en we worden gewekt door een concert van vogels. We hebben goed geslapen. De klamboe heeft zijn werk goed gedaan. Iedereen is buiten gebleven. Het heeft de gehele nacht geregend. Nu is het droog maar de lucht is donkergrijs dus komt er meer regen. Het ontbijt is pancakes en brood met geraspte kaas. We spoelen het weg met thee en koffie.
Vandaag varen we eerst naar het gebied van Pondok Tangui waar King Doyok de scepter zwaait. Pondok betekent: huis in de jungle en Tangui: hoofddeksel van de lokale boer. Op deze plek zijn er maar vier naar de voederplaats gekomen. Ze komen van ver en als ze geen zin hebben dan komen ze niet. Na een uur bij het voederplatform geweest te zijn lopen we terug naar de steiger waar de boot ligt. Eerst een uurtje verder de jungle in varen en dan leggen we aan om te lunchen. Ibu (de kokkin) heeft rendang gemaakt met groenten en rijst. Na het eten varen we verder naar het grootste en oudste platform Camp Leakey, opgericht in 1976.
Het weer is toch opgeklaard en het is zonnig. We hebben geluk. 
Camp Leakey ligt stroomopwaarts nog verder in de jungle. Van de aanlegsteiger naar de voederplek is het ongeveer drie kilometer lopen, eerst over een lang houten vlonder en later door het dichte oerwoud. Chris neemt een ander pad dan de andere gidsen. We slingeren ons over een pad met boomstammen en grote wortels. We zien wilde orchideeen, helaas niet in bloei, en vleesetende planten. En ineens geritsel boven ons....een Gibbon die ons vergezeld naar de voederplaats van de Orang Utan. Daar schuift hij aan op het eetplatform.
Totaal zijn we met de gidsen erbij met twintig mensen om de Orang Utan gade te slaan. Hoog in de bomen zwiepen ze van de ene naar de andere tak, of het ze geen moeite kost. De eerste draagt een baby van twee maanden. Ze springt op het platform en doet ze goed aan de berg bananen die even ervoor door de rangers daar is neergelegd. We blijven daar tot vier uur en lopen volledig doorgezweten terug naar de boot. Voor de Orang Utans is het nesttijd en voor ons is het mooi geweest. Op Camp Leakey wonen 30 Rangers. Op de lokatie Gundel 12 en op Pondok Tangui 5 rangers.
Het is de gehele dag mooi weer geweest maar bij het aanleggen van de avondsteiger begint het te regenen. Bij dit steiger zijn geen krokodillen dus kunnen we badderen in de rivier. Met zijn allen, behalve Jac. die neemt een douche, met ingezeepte koppies het frisse gele water in. 
De avond valt en het regent weer keihard. Nog een half uurtje en dan wordt het avondeten op tafel gezet. Het was een geweldige dag met de Orang Utan, vogels, vlinders en planten.













De Klotok

19 april 2018, donderdag.
Vlakbij het hotel, op minder dan normale loopafstand, hebben we gisteravond een warung gevonden met soto ayam en wat stokkies saté. Lekker gegeten en nog vóór achten te bed, de reisvermoeidheid heeft keihard toegeslagen.
Geslapen als een blok beton...helaas werden we om vijf uur gewekt door de moskee. Niet zo verrassend omdat Kalimantan bijna geheel Islamitisch is.
Het ontbijt van Hotel Arsela is prima.....een buffet met westerse en Indonesische gerechten. Daarna nog even relaxen en om half 10 werden we opgehaald door onze gids Chris en zijn stagiair Ari voor de korte autorit naar Kumai, de haven waar de vele klotoks liggen. 
Een uurtje later voerden we uit over de Kumai River naar de mond van Seikonyer River, de ingang van de jungle. De Klotok (boot) met eetkamer, slaapkamer, zitkamer en achterterras. En dat allemaal op het open bovendek met een dakkie erboven. Pruttelend varen we over de de smalle junglerivier. Het is prachtig. De lunch wordt geserveerd. Gegrilde vis, groenten, tempé, tofu en witte rijst. Het smaakt ons prima. De kokkin heeft haar best gedaan. Na de lunch even uitbuiken en op weg naar Gundel, de King Orang Utan van dit domein. Gundel betekent: zonder haar maar niet kaal. Helaas heeft hij zich niet laten zien. Dit is de eerste van de drie voederplaatsen van de Orang Utans. We zijn er en liggen aan. Maar eerst moeten we ons wapenen tegen de muggen. Lange broek aan, sokken aan, shirt met lange mouwen aan en de open gedeeltes inspuiten. Het is vochtig warm en de zweetparels beginnen zich al snel te vormen op het voorhoofd en de rug. We lopen 10 minuten de jungle in en zien de eerste grote aap al hangen in de bomen. Het is vier uur en twee “Rangers” komen eten brengen voor deze prachtige dieren. Van de 200 die in dit gedeelte van Tanjung  Puting leven komen er dertien op het eten af. De anderen eten in het dichte oerwoud waar voedsel genoeg is. We blijven een uur op deze plaats om het gade te slaan. Het mannetje “Faldo”, 23 jaar jong is er wel en doet zich goed aan de bananen. We lopen terug naar boot. De “pisang goreng” en de “singkong goreng” staat al op ons te wachten. We drinken koffie en praten na over de eerste prachtige dag. Inmiddels heeft Chris al veel over de apen verteld. Elke dag maken ze een nieuwe slaapplek (nest) in een boom. De oude nesten worden soms gebruikt voor een middagdutje. We varen een kleine stukje en leggen aan bij de steiger “Pesalat” om te overnachten. De avond valt en de generator wordt aan de gang getrokken. Eén lampje schijnt zijn licht over de tafel. Ook de batterijen kunnen opgeladen worden. 
Twee kaarsjes worden bijgeplaatst en het avondeten wordt opgediend......kip, groenten, veel rijst, sambal, mie goreng en sinaasappelen. Zoveel eten in de avonduren kunnen onze magen niet verdragen dus eten we niet al te veel. Het begint keihard te regenen. Op dit deel van Kalimantan is de regentijd zeker nog niet voorbij.
Het is tegen achten en onze klamboe wordt opgetuigd. We duiken er snel in.....gelukkig is er maar één mug maar die heeft wel zijn familie en heel veel vriendjes meegenomen. Morgen weer een mooie dag. 





woensdag 18 april 2018

Naar Pankalan Bun

Het is woensdag 18 april 2018. Het is kwart over vier in de hele vroege ochtend. Door de luidsprekers in het plafond worden we erop gewezen dat Surabaya in zicht komt. De trein loopt langzaam het Station Gubeng binnen. Ondanks de dekens viel het slapen niet mee in de veel te koude trein. Enigszins gammel pakken we onze bagage op en lopen naar de stationshal om een koffietje te scoren en ons een beetje op te frissen in het toilet indien proper genoeg. En dat is zo....vrij acceptabel. Er is één koffietentje open. We bestellen twee capuccino of wat er voor door moet gaan. Een broodje tonijn hengelen we uit de Alpha Mart (een kleine supermarkt).
We zitten nog geen vijf minuten of daar meldt zich de eerste taxichauffeur. We konden daar op wachten. “Effen wachten, eerst koffie en dan praten we verder”. De koffie en het broodje zijn binnen en wij wenken, hij staat ongeduldig te wachten, bang dat we weglopen. Hij vraagt RP 150.000 maar dat vinden wij uiteraard te veel. Wij bieden 100 maar dat doet ie niet omdat hij ook parkeergeld en tol moet betalen. Oké dan doen we het voor RP 125.000 maar we gaan nog niet want we hebben tijd genoeg. Na een stief kwartiertje geven we het sein dat hij onze rugzakken in kan laden. Blijkbaar is hij door de haast verwekt en geboren want hij scheurt als een bezetene door de nog verlaten straten van Surabaya. Het leven komt langzaam op gang. Met een driekwartier komt het vliegveld in zicht maar we hebben alleen smalle straatjes gezien en geen tolweg. Hij trekt een bonnetje uit de automaat, de slagboom gaat omhoog en rijdt verder. Hij stopt voor de hoofdingang, wij stappen uit, pakken de rugzakken en betalen hem RP 115.000 met de opmerking dat we de RP 10.000 niet betalen omdat hij de tolweg niet heeft genomen. Met een verbaasd gezicht, gesierd met een flauwe glimlach rijdt hij weg. Ons resteert nog vele uren wachten tot de vlucht van 13.30 uur.
En dan is het zover......het vliegtuig van NAM Air is er en we kunnen boarden. De vlucht duurt 1 uur en 10 minuten.
We landen op de kletsnatte korte landingsbaan. Het vliegtuig gaat volop in de remmen maar stopt op tijd om de bocht naar links te maken. In het kleine luchthavengebouw worden we, zonder dit te weten, opgewacht door twee vriendeljke mensen van het boekingskantoor voor de trip van morgen. Een stagiaire en onze gids. Een taxi laten we links liggen want die gasten vragen een woekerprijs. En daar waren ze niet blij mee. We worden achter op de motor door die twee lieve mensen naar Hotel Arsela gebracht. Een keurig hotel met een prima kamer. Morgen gaan we drie dagen met een Klotok de jungle in op visite bij de Oerang Oetangs in het Nationale Park “Tanjung Puting”.