Your language

Translate our blog in your language (selecteerd een taal)

Het weer op Bali

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?
Wij zijn Henk en Jacqueline en wonen sinds 2012 op Bali. Wij gaan graag op ontdekkingsreis in Indonesie en andere landen in Azie

Welkom op ons blog

Welkom op ons blog

Choose your language, Google translate on the left side

Translate our blog in your language

Aantal pageviews t/m vandaag

Aantal pageviews t/m vandaag

Totaal aantal pageviews t/m vandaag

Hot news

Een mijlpaal: Woensdag 23 december 2020
300.000 vieuws.

Translate our blog in your language

donderdag 7 mei 2026

Miljoenen

 “Het miljoenenbal”

Het is tegen zessen als ik na een koppie thee met honing de schoenen aanveter om te gaan stiefelen. Naast een flesje water en twee banaantjes stop ik altijd een briefje van RP 100.000 in mijn buidel. Je weet maar nooit onderweg. Terwijl ik dat doe moet ik weer denken aan twee dagen terug aan mijn bezoek aan de BCA Bank. Ik kom daar weinig maar nu moest ik wel omdat mijn bankpas bijna is verlopen. Omdat ik vertraagd was op de markt liep ik de bank pas binnen om kwart over 8. “Customerservice no. 6 is mijn nummertje. Omdat ik een bankverleden heb kijk ik nogal nieuwsgierig om me heen en dat maakt me niet echt vrolijk. Er bevinden zich twee desks en beiden niet bemand omdat deze dames met andere dingen bezig zijn. Na anderhalf uur, 4 x een handtekening, een gezichtsscan met een betaling van RP 20.000 (1 euro) stapte ik vermoeid van het wachten met een nieuwe bankkaart voor 4 jaar weer naar buiten. Het is een klein kantoor volgepropt met hard- en software. Tijdens het wachten in dit ijskoude bankonderkomen hoorde ik regelmatig het klapperen van miljoenen aan bankbiljetten door de telmachine. Indonesië is nog steeds grotendeels een cashland. Aangezien het grootste biljet RP 100.000 (5 euro) is worden er flink wat stapels van die rode flappen door de machine gejaagd. Men spreekt hier vaak over miljoenen en dat lijkt heel groot en veel maar dat is het niet want 1 miljoen (juta) is gelijk aan 1 briefje van 50 euro en daar doe je niet veel meer mee in het Hollandse. Hier doe je er wel wat meer mee ondanks dat het leven hier ook sneaky duurder wordt. De schoenen zitten goed en de sokken opgetrokken dus ga ik op pad de natuur in. De zon steekt boven de pisangbomen uit en dat geeft een prettige natuurambiance. Onderweg zie ik niet veel nieuws maar de mensen die ik ontmoet zijn erg vriendelijk. Na bijna 11 km over asfalt loop ik nog 2 km over het strand langs de kabbelende opkomende zee terug naar huis. Tijd voor de koffie en het zwembad.








vrijdag 1 mei 2026

Tussen arm en rijk

 “Tussen arm en rijk”

Wegens een bomvolle agenda heb ik vorige week het donderdagse wandelfeestje helaas moeten laten lopen. Maar vandaag ben ik er weer. Het is inmiddels droog na een nacht regen. Het is kwart over zes als ik vertrek vanaf ons huis aan het strand “Pantai Impian”, van het dorp Sumbersari. De levensstandaard hier op het platteland van Bali is te verdelen in drie categorieën: de armen, de rijken en degenen die er tussenin hangen. Maar allen zijn tevreden, zeggen ze, omdat ze met beide ellebogen stevig leunen op hun geloof. Er zijn meerdere herkenbare dingen die aangeven in welke groep ze te plaatsen zijn. Zoals het huis, het erf wel of niet verhard, wel of geen auto, de leeftijd van de motorfiets en de voordeur. Inderdaad de voordeur! De allerarmsten wonen nog immer in een huisje van bamboe (Bidé). Maar inmiddels bivakkeren de meesten in een onafgewerkt stenen huisje met een erg simpele voordeur die vaak krom getrokken is. Dan de rijken die hebben een groot huis en erf met een rijk gedecoreerde voordeur (houtsnijwerk) en gevel. De groep die er tussenin hangt hebben een nette standaard voordeur die goed sluitend open en dicht kan. Het heeft ook te maken met het laten zien van status wat de Balinezen vrij belangrijk vinden ook als ze spijtig genoeg geen nagels hebben om aan hun kont te krabben. Het laten zien gebeurt vaak dmv de motor met het allernieuwste design achterlicht die in 95% van de gevallen op krediet wordt aangeschaft. Hoeveel woekerrente ze maandelijks moeten betalen vinden ze minder belangrijk. Hun inkomen wordt niet gecheckt door de kredietmaatschappij. Kan het niet meer voldaan worden dan wordt na een aantal maanden zonder aanmaningen de motor weer opgehaald. Via de dorpen Tengah Kelod, Nusa Sari en Bongan stiefel ik weer terug naar huis. Het dreigt te gaan regenen dus val ik net op tijd na 13 km, doorgezweten, binnen want ik heb een hekel aan wandelen in soppige schoenen.









maandag 20 april 2026

Junglehike

Vorige keer schreef ik dat ik bijna altijd rechtsaf ga dus vandaag sla ik linksaf richting de pura Dalem bij de hoofdweg die ik oversteek bij een lagere school. Hier begint de junglehike naar de top van één van de heuvels van het Nasional Park West Bali. Het eerste stuk is het een karrenspoor en later een pad met losse stenen en stukjes asfalt dat aangeeft dat hier vroeger een weggetje was. Na een paar kilometer begint het pad zich door de jungle te wringen. Het pad wordt slechter en het struikgewas dichter maar er zijn ook stukken rijkelijk bekleed met bruine bladeren zonder overhangende takken en boomstammen. Met mijn stok sla ik de takken weg zodat ik een doorgang heb. Ik hike verder omhoog. De klim is pittig maar het is genieten van de prachtige natuur. Hoe dichter bij de top des te meer vogels er te horen zijn. Na 6.5 km (430 meter omhoog) ben ik nog niet echt op de top maar ik besluit toch maar terug te gaan omdat ik weet dat naar beneden hiken lastiger is dan omhoog. En dat blijkt ook wel als ik weer terug ben bij de school bij de hoofdweg. Ik voel duidelijk mijn zwabberbenen en kuier op mijn gemak nog 2 km terug naar huis. Van enig tempo is geen sprake meer. Eenmaal weer thuis laat ik mijn verstramde lijf gecontroleerd in het zwembad zakken om daarna samen te genieten van een lekker bakkie leut.













vrijdag 10 april 2026

Het Balinese hoofddeksel

Het is zes uur en ik sla linksaf wat ik eigenlijk altijd doe. Na 5 km “up and down” steek ik de hoofdweg over en kom ik na een geniepig stuk vals plat in het dorp Nusa Sari. Daar op het hoogste punt staat de Hindoe basisschool (Skolar SD). Normaliter word ik daar uitbundig begroet maar deze keer niet omdat men midden in het ochtendgebed, op het schoolplein, bivakkeert. Ik zie de kinderen stiekem kijken naar mij maar een begroeting kan niet. Het is donderdag en dan gaan ze in “Balinees casual” naar school en ook naar kantoor. Daar hoort een hoofddeksel bij. Geen pet, bol- of gleufhoed. Geen puntmuts maar een “Udeng”. Dit is een altijd passend rond hoofddeksel waarbij de bovenkant open is en de voorkant een iets omhoog staat. Waarom geen plafonneke? Wellicht voor de ventilatie of als men een arakhangover heeft dan is er genoeg ruimte voor een punthoofd😂. Ik loop verder en na een half uurtje stiefelen kom ik bij de Moslimbasisschool in Melaya. Ook hier staan ze keurig opgesteld voor het ochtendappel. Één van de leraren komt naar me toe en schudt me vriendelijk de hand met “Selamat pagi Pak”. Ik neem met permissie een foto en vervolg mijn route naar het steile verzuringsmonster. Degenen die mijn wandelverhalen lezen weten wat deze bemoste trap betekent. Ik loop verder en via het kleine dorpje Bongan ga ik richting huis. Na dik 13 km met onderweg een paar stevige kuitenbijters vind ik het weer mooi geweest.

Het ontbijt: sateetje pindasaus


Onderweg


In mooie Balinese kledij op de  Hindoeschool


De “Udeng” het Balinese hoofddeksel

Het ochtendgebed op de Hindoeschool

De Moslimschool




 

donderdag 2 april 2026

Orchideeën









Het wordt een prachtige heldere dag. Het droge seizoen klopt op de deur. Vandaag is het ook “Purnama”. Dit komt uit het Sanskriet. Purna betekent "compleet" en  ma betekent "maan". Het markeert een van de krachtigste en heiligste dagen in de Balinese hindoeïstische kalender, wanneer de maan op haar volst en helderst schijnt, wat symbool staat voor heelheid, helderheid en goddelijke energie. Men gaat uiteraard naar de tempel en men loopt in witte Balinese kledij. Zodra ik het dorp inloop zie ik al vrouwen naar de tempel lopen om te offeren. Ook op school, in de winkels en banken is men gekleed in traditionele kledij. Na 3 uur wandelen (15 km) via Bongan, Ambyarsari, Blimbingsari en Melaya ben ik weer terug thuis in Sumbersari en alvorens ik een duik neem doe ik, om de spieren te strekken, een rondje tuin want de orchideeën staan er prachtig bij.