Your language

Translate our blog in your language (selecteerd een taal)

Het weer op Bali

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?
Wij zijn Henk en Jacqueline en wonen sinds 2012 op Bali. Wij gaan graag op ontdekkingsreis in Indonesie en andere landen in Azie

Welkom op ons blog

Welkom op ons blog

Choose your language, Google translate on the left side

Translate our blog in your language

Aantal pageviews t/m vandaag

Aantal pageviews t/m vandaag

Totaal aantal pageviews t/m vandaag

Hot news

Een mijlpaal: Woensdag 23 december 2020
300.000 vieuws.

Translate our blog in your language

vrijdag 15 mei 2026

Het beloofde land


Het beloofde land lacht je tegemoet met palmbomen, spotgoedkoop bier en schone dames. Je pakt je biezen en verlaat het druilerige Nederland voorgoed. Een oudedagsvoorziening onder de felle zon klinkt immers als een schitterende overwinning op het grijze bestaan. Je waant jezelf moeiteloos een avontuurlijke ontdekkingsreiziger met een riant pensioen.

De werkelijkheid slaat helaas snoeihard terug in de vorm van totale isolatie. Je deelt je eindeloze dagen enkel nog met zwerfhonden en hongerige muggen. Online stuurlui brullen dat je simpelweg de lokale lingo moet beheersen. Zij vergeten gemakshalve dat een strottenhoofd vol slijtage absoluut geen exotische toonhoogtes produceert.

Je zit daar op je plastic klapstoel op een Balinees strand.


Het zweet parelt gestaag op een rimpelig voorhoofd en de zoveelste halve liter vloeit routinematig naar binnen. De eenzaamheid kruipt als een sluipmoordenaar door je aderen. Je buurman praat enkel in raadsels en de serveerster lacht buitengewoon vriendelijk, maar begrijpt er werkelijk helemaal niets van. Het paradijs blijkt al snel een benauwde gouden kooi met bamboe tralies.

Nederlandse thuisblijvers hebben altijd een briljante oplossing klaarliggen. Je moet gewoon even flink integreren en die verdraaide balinese taal oppikken. Ze roepen zoiets met de stuitende arrogantie van een toerist op een eenmalige strandvakantie. Blinees is echter een buitengewoon lastige taal. Een piepkleine variatie in één letter verandert een onschuldig compliment onmiddellijk in een zware belediging.

OVERLEVINGSSTRATEGIEËN VOOR DE KOPPIGE BEJAARDE

Probeer dat integreren maar eens haarfijn uit te leggen aan een dove ex-ambtenaar uit Amersfoort. Je dure gehoorapparaat piept al hevig bij de simpelste klanken. Het roepen om een kom rijst klinkt daardoor plotseling als een ernstige doodsbedreiging aan het adres van de lokale bakker. Dat leidt uiteraard zelden tot warme vriendschappen. Je raakt enkel nog verder in het slop en het sociale isolement is compleet.

Je kunt natuurlijk krampachtig proberen om met handen en voeten te spreken. Dit mondt steevast uit in pijnlijk ongepaste pantomime en verwarde blikken. Andere wanhopige lotgenoten klampen zich daarom krampachtig vast aan kleine Nederlandse enclaves. Zij eisen luidkeels patat met mayonaise bij een volkomen verbijsterde straatverkoper en wachten lijdzaam tot de onvermijdelijke eindstrijd met de lever aanbreekt. Zelfspot is hier je enige ware reddingsboei op open zee. Je bent een wandelend cliché en dat besef mag best even pijnlijk indalen.

Het vertrouwde sprookje van een zorgeloze oude dag in Zuidoost-Azië eindigt vaak in een verstikkende stilte. Een compleet nieuwe toontaal leren op je zeventigste is een nobel, maar volstrekt kansloos streven. Je drinkt daarom je lauwe pilsje en staart wezenloos naar de ondergang van de zon. Je bent eenzaam en onbegrepen, maar je zit gelukkig wel lekker warm.

Bron: De Expat, Thailand

Vroege vogels

 Ogen en oren.

Het is kwart voor zes als ik me prepareer om te gaan wandelen. Maar ik hoor..tik tik tik..op de metalen overkapping van het terras. Dat betekent nattigheid. Ik werp een blik in het zwembad en mijn diagnose wordt bevestigd. Maar  al heel snel tijdens het naar binnen slurpen van een bakkie thee met een theelepeltje honing merk ik dat de hemeldruppels zijn gestopt. Tijd om te vertrekken. Ik heb altijd onderweg een oog voor de mensen en de natuur maar er is meer. Mijn oren registreren veel vogelgeluiden maar ik zie ze niet en dat is prachtig maar ook soms frustrerend. Iets horen maar niet zien wat het is! Dus heb ik na een tip van Jacqueline een applikasi op mijn toverdoosje gedownload zodat ik kan zien welke vogels mij in de vroege ochtend tegemoet fluiten en zingen. En dat zijn veel gevederde streekbewoners! Een veel gehoorde vogel is de “Parkhoningeter”en de “Gestreepte Grasvogel” maar er zijn er dus veel meer en die zal ik de komende weken laten zien. En zoals tijdens elke loop kom ik weer vriendelijke mensen tegen die mij al herkennen. Ik ontmoet ook een paar oudere vrouwen waarbij duidelijk herkenbaar is dat ze een zwaar leven achter hun gebogen rug hebben. Later zie ik een paar vrouwen staan bij een huis-aan-huis motor en ik hoor dat ze roddelen over een wandelende buitenlander uit Sumbersari. Gezellig! Ik loop ze lachend met een goedemorgengroet “selamat pagi” voorbij. Breeduit lachen ze terug! Op het hoogste punt van de Banjar Nusa Sari na 7 km sla ik linksaf. Een stuk verderop stiefel ik via een steil bospad  naar beneden weer richting huis. Na 12 km in 2 1/2 uur is er een vers bakkie koffie met ernaast een klein stukkie Wim’s (Hollandse dorpsgenoot) homemade Tiramisu. Heerlijk!













donderdag 7 mei 2026

Miljoenen

 “Het miljoenenbal”

Het is tegen zessen als ik na een koppie thee met honing de schoenen aanveter om te gaan stiefelen. Naast een flesje water en twee banaantjes stop ik altijd een briefje van RP 100.000 in mijn buidel. Je weet maar nooit onderweg. Terwijl ik dat doe moet ik weer denken aan twee dagen terug aan mijn bezoek aan de BCA Bank. Ik kom daar weinig maar nu moest ik wel omdat mijn bankpas bijna is verlopen. Omdat ik vertraagd was op de markt liep ik de bank pas binnen om kwart over 8. “Customerservice no. 6 is mijn nummertje. Omdat ik een bankverleden heb kijk ik nogal nieuwsgierig om me heen en dat maakt me niet echt vrolijk. Er bevinden zich twee desks en beiden niet bemand omdat deze dames met andere dingen bezig zijn. Na anderhalf uur, 4 x een handtekening, een gezichtsscan met een betaling van RP 20.000 (1 euro) stapte ik vermoeid van het wachten met een nieuwe bankkaart voor 4 jaar weer naar buiten. Het is een klein kantoor volgepropt met hard- en software. Tijdens het wachten in dit ijskoude bankonderkomen hoorde ik regelmatig het klapperen van miljoenen aan bankbiljetten door de telmachine. Indonesië is nog steeds grotendeels een cashland. Aangezien het grootste biljet RP 100.000 (5 euro) is worden er flink wat stapels van die rode flappen door de machine gejaagd. Men spreekt hier vaak over miljoenen en dat lijkt heel groot en veel maar dat is het niet want 1 miljoen (juta) is gelijk aan 1 briefje van 50 euro en daar doe je niet veel meer mee in het Hollandse. Hier doe je er wel wat meer mee ondanks dat het leven hier ook sneaky duurder wordt. De schoenen zitten goed en de sokken opgetrokken dus ga ik op pad de natuur in. De zon steekt boven de pisangbomen uit en dat geeft een prettige natuurambiance. Onderweg zie ik niet veel nieuws maar de mensen die ik ontmoet zijn erg vriendelijk. Na bijna 11 km over asfalt loop ik nog 2 km over het strand langs de kabbelende opkomende zee terug naar huis. Tijd voor de koffie en het zwembad.








vrijdag 1 mei 2026

Tussen arm en rijk

 “Tussen arm en rijk”

Wegens een bomvolle agenda heb ik vorige week het donderdagse wandelfeestje helaas moeten laten lopen. Maar vandaag ben ik er weer. Het is inmiddels droog na een nacht regen. Het is kwart over zes als ik vertrek vanaf ons huis aan het strand “Pantai Impian”, van het dorp Sumbersari. De levensstandaard hier op het platteland van Bali is te verdelen in drie categorieën: de armen, de rijken en degenen die er tussenin hangen. Maar allen zijn tevreden, zeggen ze, omdat ze met beide ellebogen stevig leunen op hun geloof. Er zijn meerdere herkenbare dingen die aangeven in welke groep ze te plaatsen zijn. Zoals het huis, het erf wel of niet verhard, wel of geen auto, de leeftijd van de motorfiets en de voordeur. Inderdaad de voordeur! De allerarmsten wonen nog immer in een huisje van bamboe (Bidé). Maar inmiddels bivakkeren de meesten in een onafgewerkt stenen huisje met een erg simpele voordeur die vaak krom getrokken is. Dan de rijken die hebben een groot huis en erf met een rijk gedecoreerde voordeur (houtsnijwerk) en gevel. De groep die er tussenin hangt hebben een nette standaard voordeur die goed sluitend open en dicht kan. Het heeft ook te maken met het laten zien van status wat de Balinezen vrij belangrijk vinden ook als ze spijtig genoeg geen nagels hebben om aan hun kont te krabben. Het laten zien gebeurt vaak dmv de motor met het allernieuwste design achterlicht die in 95% van de gevallen op krediet wordt aangeschaft. Hoeveel woekerrente ze maandelijks moeten betalen vinden ze minder belangrijk. Hun inkomen wordt niet gecheckt door de kredietmaatschappij. Kan het niet meer voldaan worden dan wordt na een aantal maanden zonder aanmaningen de motor weer opgehaald. Via de dorpen Tengah Kelod, Nusa Sari en Bongan stiefel ik weer terug naar huis. Het dreigt te gaan regenen dus val ik net op tijd na 13 km, doorgezweten, binnen want ik heb een hekel aan wandelen in soppige schoenen.









maandag 20 april 2026

Junglehike

Vorige keer schreef ik dat ik bijna altijd rechtsaf ga dus vandaag sla ik linksaf richting de pura Dalem bij de hoofdweg die ik oversteek bij een lagere school. Hier begint de junglehike naar de top van één van de heuvels van het Nasional Park West Bali. Het eerste stuk is het een karrenspoor en later een pad met losse stenen en stukjes asfalt dat aangeeft dat hier vroeger een weggetje was. Na een paar kilometer begint het pad zich door de jungle te wringen. Het pad wordt slechter en het struikgewas dichter maar er zijn ook stukken rijkelijk bekleed met bruine bladeren zonder overhangende takken en boomstammen. Met mijn stok sla ik de takken weg zodat ik een doorgang heb. Ik hike verder omhoog. De klim is pittig maar het is genieten van de prachtige natuur. Hoe dichter bij de top des te meer vogels er te horen zijn. Na 6.5 km (430 meter omhoog) ben ik nog niet echt op de top maar ik besluit toch maar terug te gaan omdat ik weet dat naar beneden hiken lastiger is dan omhoog. En dat blijkt ook wel als ik weer terug ben bij de school bij de hoofdweg. Ik voel duidelijk mijn zwabberbenen en kuier op mijn gemak nog 2 km terug naar huis. Van enig tempo is geen sprake meer. Eenmaal weer thuis laat ik mijn verstramde lijf gecontroleerd in het zwembad zakken om daarna samen te genieten van een lekker bakkie leut.