Translate

Choose your language

Choose your language

Het weer op Bali


Een Cheetah in Kruger National Park
THE WEATHER ON BALI

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?
Wij zijn Henk en Jacqueline en wonen sinds 2012 op Bali. Wij gaan graag op ontdekkingsreis in en buiten Indonesie.

Welkom op ons blog

Welkom op ons blog

Aantal pageviews t/m vandaag

Aantal pageviews t/m vandaag

Totaal aantal pageviews t/m vandaag

Hot news

Een mijlpaal: Woensdag 23 december 2020
300.000 vieuws.

Translate our blog in your language

zaterdag 21 april 2018

Tanjung Puting

20 april 2018, vrijdag
Het is 05.30 en we worden gewekt door een concert van vogels. We hebben goed geslapen. De klamboe heeft zijn werk goed gedaan. Iedereen is buiten gebleven. Het heeft de gehele nacht geregend. Nu is het droog maar de lucht is donkergrijs dus komt er meer regen. Het ontbijt is pancakes en brood met geraspte kaas. We spoelen het weg met thee en koffie.
Vandaag varen we eerst naar het gebied van Pondok Tangui waar King Doyok de scepter zwaait. Pondok betekent: huis in de jungle en Tangui: hoofddeksel van de lokale boer. Op deze plek zijn er maar vier naar de voederplaats gekomen. Ze komen van ver en als ze geen zin hebben dan komen ze niet. Na een uur bij het voederplatform geweest te zijn lopen we terug naar de steiger waar de boot ligt. Eerst een uurtje verder de jungle in varen en dan leggen we aan om te lunchen. Ibu (de kokkin) heeft rendang gemaakt met groenten en rijst. Na het eten varen we verder naar het grootste en oudste platform Camp Leakey, opgericht in 1976.
Het weer is toch opgeklaard en het is zonnig. We hebben geluk. 
Camp Leakey ligt stroomopwaarts nog verder in de jungle. Van de aanlegsteiger naar de voederplek is het ongeveer drie kilometer lopen, eerst over een lang houten vlonder en later door het dichte oerwoud. Chris neemt een ander pad dan de andere gidsen. We slingeren ons over een pad met boomstammen en grote wortels. We zien wilde orchideeen, helaas niet in bloei, en vleesetende planten. En ineens geritsel boven ons....een Gibbon die ons vergezeld naar de voederplaats van de Orang Utan. Daar schuift hij aan op het eetplatform.
Totaal zijn we met de gidsen erbij met twintig mensen om de Orang Utan gade te slaan. Hoog in de bomen zwiepen ze van de ene naar de andere tak, of het ze geen moeite kost. De eerste draagt een baby van twee maanden. Ze springt op het platform en doet ze goed aan de berg bananen die even ervoor door de rangers daar is neergelegd. We blijven daar tot vier uur en lopen volledig doorgezweten terug naar de boot. Voor de Orang Utans is het nesttijd en voor ons is het mooi geweest. Op Camp Leakey wonen 30 Rangers. Op de lokatie Gundel 12 en op Pondok Tangui 5 rangers.
Het is de gehele dag mooi weer geweest maar bij het aanleggen van de avondsteiger begint het te regenen. Bij dit steiger zijn geen krokodillen dus kunnen we badderen in de rivier. Met zijn allen, behalve Jac. die neemt een douche, met ingezeepte koppies het frisse gele water in. 
De avond valt en het regent weer keihard. Nog een half uurtje en dan wordt het avondeten op tafel gezet. Het was een geweldige dag met de Orang Utan, vogels, vlinders en planten.













De Klotok

19 april 2018, donderdag.
Vlakbij het hotel, op minder dan normale loopafstand, hebben we gisteravond een warung gevonden met soto ayam en wat stokkies saté. Lekker gegeten en nog vóór achten te bed, de reisvermoeidheid heeft keihard toegeslagen.
Geslapen als een blok beton...helaas werden we om vijf uur gewekt door de moskee. Niet zo verrassend omdat Kalimantan bijna geheel Islamitisch is.
Het ontbijt van Hotel Arsela is prima.....een buffet met westerse en Indonesische gerechten. Daarna nog even relaxen en om half 10 werden we opgehaald door onze gids Chris en zijn stagiair Ari voor de korte autorit naar Kumai, de haven waar de vele klotoks liggen. 
Een uurtje later voerden we uit over de Kumai River naar de mond van Seikonyer River, de ingang van de jungle. De Klotok (boot) met eetkamer, slaapkamer, zitkamer en achterterras. En dat allemaal op het open bovendek met een dakkie erboven. Pruttelend varen we over de de smalle junglerivier. Het is prachtig. De lunch wordt geserveerd. Gegrilde vis, groenten, tempé, tofu en witte rijst. Het smaakt ons prima. De kokkin heeft haar best gedaan. Na de lunch even uitbuiken en op weg naar Gundel, de King Orang Utan van dit domein. Gundel betekent: zonder haar maar niet kaal. Helaas heeft hij zich niet laten zien. Dit is de eerste van de drie voederplaatsen van de Orang Utans. We zijn er en liggen aan. Maar eerst moeten we ons wapenen tegen de muggen. Lange broek aan, sokken aan, shirt met lange mouwen aan en de open gedeeltes inspuiten. Het is vochtig warm en de zweetparels beginnen zich al snel te vormen op het voorhoofd en de rug. We lopen 10 minuten de jungle in en zien de eerste grote aap al hangen in de bomen. Het is vier uur en twee “Rangers” komen eten brengen voor deze prachtige dieren. Van de 200 die in dit gedeelte van Tanjung  Puting leven komen er dertien op het eten af. De anderen eten in het dichte oerwoud waar voedsel genoeg is. We blijven een uur op deze plaats om het gade te slaan. Het mannetje “Faldo”, 23 jaar jong is er wel en doet zich goed aan de bananen. We lopen terug naar boot. De “pisang goreng” en de “singkong goreng” staat al op ons te wachten. We drinken koffie en praten na over de eerste prachtige dag. Inmiddels heeft Chris al veel over de apen verteld. Elke dag maken ze een nieuwe slaapplek (nest) in een boom. De oude nesten worden soms gebruikt voor een middagdutje. We varen een kleine stukje en leggen aan bij de steiger “Pesalat” om te overnachten. De avond valt en de generator wordt aan de gang getrokken. Eén lampje schijnt zijn licht over de tafel. Ook de batterijen kunnen opgeladen worden. 
Twee kaarsjes worden bijgeplaatst en het avondeten wordt opgediend......kip, groenten, veel rijst, sambal, mie goreng en sinaasappelen. Zoveel eten in de avonduren kunnen onze magen niet verdragen dus eten we niet al te veel. Het begint keihard te regenen. Op dit deel van Kalimantan is de regentijd zeker nog niet voorbij.
Het is tegen achten en onze klamboe wordt opgetuigd. We duiken er snel in.....gelukkig is er maar één mug maar die heeft wel zijn familie en heel veel vriendjes meegenomen. Morgen weer een mooie dag. 





woensdag 18 april 2018

Naar Pankalan Bun

Het is woensdag 18 april 2018. Het is kwart over vier in de hele vroege ochtend. Door de luidsprekers in het plafond worden we erop gewezen dat Surabaya in zicht komt. De trein loopt langzaam het Station Gubeng binnen. Ondanks de dekens viel het slapen niet mee in de veel te koude trein. Enigszins gammel pakken we onze bagage op en lopen naar de stationshal om een koffietje te scoren en ons een beetje op te frissen in het toilet indien proper genoeg. En dat is zo....vrij acceptabel. Er is één koffietentje open. We bestellen twee capuccino of wat er voor door moet gaan. Een broodje tonijn hengelen we uit de Alpha Mart (een kleine supermarkt).
We zitten nog geen vijf minuten of daar meldt zich de eerste taxichauffeur. We konden daar op wachten. “Effen wachten, eerst koffie en dan praten we verder”. De koffie en het broodje zijn binnen en wij wenken, hij staat ongeduldig te wachten, bang dat we weglopen. Hij vraagt RP 150.000 maar dat vinden wij uiteraard te veel. Wij bieden 100 maar dat doet ie niet omdat hij ook parkeergeld en tol moet betalen. Oké dan doen we het voor RP 125.000 maar we gaan nog niet want we hebben tijd genoeg. Na een stief kwartiertje geven we het sein dat hij onze rugzakken in kan laden. Blijkbaar is hij door de haast verwekt en geboren want hij scheurt als een bezetene door de nog verlaten straten van Surabaya. Het leven komt langzaam op gang. Met een driekwartier komt het vliegveld in zicht maar we hebben alleen smalle straatjes gezien en geen tolweg. Hij trekt een bonnetje uit de automaat, de slagboom gaat omhoog en rijdt verder. Hij stopt voor de hoofdingang, wij stappen uit, pakken de rugzakken en betalen hem RP 115.000 met de opmerking dat we de RP 10.000 niet betalen omdat hij de tolweg niet heeft genomen. Met een verbaasd gezicht, gesierd met een flauwe glimlach rijdt hij weg. Ons resteert nog vele uren wachten tot de vlucht van 13.30 uur.
En dan is het zover......het vliegtuig van NAM Air is er en we kunnen boarden. De vlucht duurt 1 uur en 10 minuten.
We landen op de kletsnatte korte landingsbaan. Het vliegtuig gaat volop in de remmen maar stopt op tijd om de bocht naar links te maken. In het kleine luchthavengebouw worden we, zonder dit te weten, opgewacht door twee vriendeljke mensen van het boekingskantoor voor de trip van morgen. Een stagiaire en onze gids. Een taxi laten we links liggen want die gasten vragen een woekerprijs. En daar waren ze niet blij mee. We worden achter op de motor door die twee lieve mensen naar Hotel Arsela gebracht. Een keurig hotel met een prima kamer. Morgen gaan we drie dagen met een Klotok de jungle in op visite bij de Oerang Oetangs in het Nationale Park “Tanjung Puting”.








Sporen

Het is 17 april, zes uur in de late namiddag. Ik heb onze hond Madé weggebracht ter logeren bij onze pembantu Wayan. Gede, Wayan, Ibu en kleine Kadek halen ons op met hun pickuppie om ons naar Gilimanuk te brengen. Jacqueline op de voorbank met Gede achter het stuur en naast de knuppel en wij met z’n allen achterin de laadbak. Het verkeer met de daarbij behorende geluiden en brandstofdampen raast ons voorbij. Het is gezellig achterin. Na vijf kwartier komen we in het donker aan in de ferryhaven. We nemen afscheid en stiefelen op ons gemakkie naar de boot. We passeren het loket van de kassier en betalen RP 6.500 pp voor een ticket. Langzaam komt de veerboot in beweging en is met een dik uur aan de overkant. Even buiten het haventerein aan de doorgaande weg zien we een “lima kakkie” met een wokvuur, een tafeltje en plastic krukjes. De rugzakken af en we laten ons een nasi goreng smaken. Met de gevulde maag lopen we naar het 200 meter verderop gelegen treinstation “Banyuwangi Baru”. We zijn natuurlijk weer veel te vroeg. Het is half negen en de trein vertrekt om 22.00 uur. Eerst scannen we de boeking via onze smartphone. De boarding passen rollen uit het apparaat en we doden de tijd met onze iPad. Op de achtergrond in de warme stationshal knettert een promofilmpje van de Indonesische Spoorwegen (Kereta Api). Dit wordt heel veel keren, tot vervelens toe, herhaald...we worden bijna gek van dat pingeltje. Het is half
10 en we kunnen instappen. Wagon 1, eksekutif, stoel 8 C en D. Het voelt meer dan frisjes dus pakken we snel een deken. We zijn voorbereid. Er stapt maar een enkeling in. Het is precies tien uur en het rijdende vriesvak komt in beweging. Op het volgende station loopt de wagon vol. Inmiddels  hebben we van de wagonhostess in een keurig licht blauw strak pakkie, een extra deken gekregen. Die kunnen we wel gebruiken! We sporen richting Surabaya. Het geluid van het monotone gedender wordt overstemd door het zware gesnurk van onze achterachter buurman. Met open mond vult hij met zijn knorrend geluid de nog immer koude wagon. Om half vijf in de vroege ochtend hopen we te arriveren in het station Surabaya Gubeng.




maandag 16 april 2018

Op reis

Morgen 17 april gaan we gedurende een kleine drie weken een deel van Kalimantan (Borneo) ontdekken.