Translate

Choose your language

Choose your language

Het weer op Bali


Een Cheetah in Kruger National Park
THE WEATHER ON BALI

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?
Wij zijn Henk en Jacqueline en wonen sinds 2012 op Bali. Wij gaan graag op ontdekkingsreis in en buiten Indonesie.

Welkom op ons blog

Welkom op ons blog

Aantal pageviews t/m vandaag

Aantal pageviews t/m vandaag

Totaal aantal pageviews t/m vandaag

Hot news

Een mijlpaal: Woensdag 23 december 2020
300.000 vieuws.

Translate our blog in your language

dinsdag 20 januari 2015

De zeven princessen

19 jan. 2015
We hebben plannen gemaakt voor de twee dagen die ons nog resteren op Pulau Saparua. Gistermiddag en avond kwam het met bakken uit de hemel. Onze plannen vielen daarmee ook in het water. Dit betekent dat we het snorkelen vandaag wel kunnen vergeten omdat de zee zeker twee dagen nodig heeft om weer helder te worden. Vanmorgen was ik al vroeg op en heb via de jongen van de penginapan een motor geregeld om daarmee een toertje te maken over het eiland. Pulau Saparua telt vier wegen en die lopen allen dood. We zijn eerst naar het protestante dorp Ouw gereden en weer terug. Daar zit een traditionele pottenbakker. We slaan op goed geluk ergens in dit dorp linksaf en vragen waar er een pottenbakker zit. Staan we er bijna tegenover naast de school. Maar helaas zoals al eerder is voorgekomen deze reis, is ie niet thuis. De school heeft net pauze en twee leerkrachten komen naar ons toe om te vragen waarom we hier zijn. Toen ze hoorden dat we voor de pottenbakker kwamen vertelde ze ons dat ie naar Saparua Kota is. Maar de aardige juf in het blauwe pakje deed de deur open en ging zelf achter de klei zitten om te demonstreren hoe de potjes gemaakt worden. Een leuke en ook gezellige demonstratie want inmiddels waren er meer bij komen staan waaronder ook de juf in het groene pakje. Bij het weggaan zijn we nog even de schoolklas ingelopen van de "blauwe" juf om op de foto te gaan met de kinderen.
We zijn teruggereden naar Kota om de volgende doodlopende weg te nemen naar Booi. Een kleurrijk dorp met veel trappen. Daar rondgelopen en weer terug naar Kota om te eten in een Rumah Makan. Simpel Nasi Goreng met een spiegelei. Na de hap linksaf om de derde, de langste doodlopende weg te nemen naar Kulur aan de noordkant van het eiland. Dit dorp is niet echt bijzonder maar een paar kilometer ervoor is de "Goa Puteri Tujuh" (de grot van de zeven princessen). Na vragen in het dorp hebben we tegenover een penginapan op een prachtige plek aan zee, het smalle pad naar de grot gevonden. Het is een kleine grot maar de kleuren binnen zijn schitterend. Met het blote oog zijn deze kleuren niet waar te nemen maar met de belichting van de camera wel. Heel bijzonder. Het pad naar de hoger gelegen bron met zeven (princessen) kleine waterplateaus hebben we niet gedaan omdat het te glibberig was. Terug naar Kota want we vonden het wel mooi zo. De vierde weg hebben we gelaten. We zijn nog geen half uur terug of het begint weer te regenen. En het houdt niet op. Weer komt het met emmers naar beneden. Morgen kunnen daarom het snorkelen ook op ons borst schrijven. Woensdagmorgen komen locals van Pulau Nusa Laut naar Saparua om op de markt hun waar te verkopen. Wij hopen dan met hun mee terug te varen. Hopelijk is het weer dan opgeknapt en kunnen we daar wel snorkelen want het schijnt daar naar men zegt, heel mooi te zijn. 
De "blauwe" pottenbakkersjuf in Ouw laat zien hoe zij een asbak draait.
Het is lachen daar!
En ook in de klas!

Veel trappen in het dorp Booi
Onder: de prachtige grot van de zeven princessen (goa puteri tujuh)

zondag 18 januari 2015

Vuilnis

18 jan. 2015
We zitten in Penginapan Mandiri in Saparua Kota. We kijken vanaf het achterterras over de balustrade en zien wat we helaas te vaak zien en wat niet willen zien. Hoe vervuilen we ons eigen land? Dit is de werkelijkheid van de achterkant van de Indonesische glimlach. Onbegrijpelijk, ongelofelijk, ongekend smerig maar wel de realiteit!
Het receptiemeisje van hotel heeft zojuist de vloer geveegd en hoppa de zee in
Deze jongens maken het nog bonter

Kamer no. 9

18 jan. 2015
Hoe moeilijk is het soms om niet een beetje boos te worden en wel vriendelijk te blijven?
Gistermiddag waren we even in Kota Saparua. We zijn bij Penginapan Mandiri binnengestapt om te kijken en te informeren naar een kamer en prijs. Een schone kamer met prima bedden en een prachtig uitzicht over de baai. En dat voor RP 110.000 incl. 's morgens een stuk cake met thee of koffie. We hebben de kamer no. 9 gereserveerd omdat deze kamer geen ac heeft en wel een ventilator. Wij hoeven geen ac want Jac. is al verkouden. We gaan weg, reservering gedaan. Wij "sampai besok" de jongen en meisje met een glimlach achter de receptiebalie "sampai besok" (tot morgen).
We hebben vanmorgen onze biezen weer gepakt. De penginapan "Mahu Lodge" is erg stil en de prijs inclusief dinner is absoluut niet in verhouding met de kwaliteit. Het avondeten is niet echt geweldig en dat voor RP 350.000 samen. We zijn om 10.00 uur naar de doorgaande weg gelopen. Het dorp Mahu is volledig katholiek en dan zit iedereen op zondag in de kerk. Het zingen uit volle borst was duidelijk te horen. We moesten wachten op een ojek, angkots rijden er helemaal niet, totdat de kerkdienst is afgelopen. Een vrouw die tegen elven uit de kerk kwam in haar zondagse kleren heeft voor ons twee ojeks naar Saparua Kota geregeld. 
We worden om tien voor half twaalf afgezet bij Mandiri en lopen de trap omhoog. 
Wij "selamat siang", 
het meisje en de jongen achter de balie "selamat siang".
Wij vriendelijk: "hebben jullie een kamer?
Zij: "neen we zijn volledig volgeboekt"?
Wij vriendelijk: "maar we hebben gisteren gereserveerd!"
Zij: glimlachend zwijgend terwijl het meisje haar rechterhand op het voorhoofd slaat.
Wij nog steeds vriendelijk: "weten jullie het niet meer dat we hier gisteren waren en de kamer hebben gereserveerd?"
Zij: knikkend en glimlachend zwijgend.
Wij veel minder vriendelijk: "hebben jullie kamer no. 9 niet vrijgehouden, jullie weten toch dat we vandaag zouden komen?"
De jongen: "gisteravond kwam er iemand en hebben de kamer aan hem gegeven"
En toen kon ik me niet meer beheersen en schoot uit mijn slof.
Zij: glimlachend zwijgend.
Wij zijn gaan gaan zitten met de opmerking "we willen de kamer want we hebben gereserveerd".
Achter de balie werd onderling zachtjes gesproken, ook met een vrouwelijke gast, hangend op een soort barkruk, uit Ambon die zich eemee bemoeide.
Wij weer vriendelijk "en...hebben jullie al een kamer?"
Zij: glimlachend zwijgend.
Jacqueline: "misschien niet no. 9 maar wel een andere kamer met ac?"
Zij: glimlachend zwijgend.
Om gek van te worden dat gezwijg maar we bleven vriendelijk en rustig wachtend. Jacqueline binnen op een stoel en ik buiten om af te koelen in dik dertig graden op de soort barkruk waarop de vrouw uit Ambon zat.
En ineens zegt de jongen: "om twaalf uur checken mensen uit en hebben we een kamer".
Het is nu tien over half twaalf dus dat is geen probleem. Maar waarom zegt ie dat niet meteen want achteraf kwamen er vijf kamers leeg om twaalf uur. Nadat een kamer met ac werd verlaten ging ie even daarna flink aan de schoonmaak. Zelfs de ac werd grondig gesopt. Doorgezweten en glimlachend overhandigd hij de sleutel van kamer no. 14 met ac voor een prijs van RP 132.000 per nacht. Wij: "vriendelijk terima kasih" en we glimlachen terug. We blijven hier drie nachten. Morgen gaan we het eiland verkennen. Vandaag valt er niets te beleven. Het is een echte zondag, alles gesloten, ook de rumahs makan. Gelukkig is wel vanmiddag de supermarkt een paar uurtjes open zodat we wat te eten kunnen scoren. We gaan op het terras zitten en genieten van het uitzicht.
Het is en blijft soms een moeilijk land omdat de mensen vaak niet duidelijk zijn. Of ze zeggen maar wat of ze weten het niet of ze zeggen helemaal niets en zwijgen. Wij schudden dan ons hoofd, we puffen en gaan gewoon verder. Maar soms zoals vandaag is het moeilijk om rustig en vriendelijk te blijven. Morgen weer een dag. 
Wachten onder kerktijd op een ojek
Uit volle borst wordt er gezongen
Saparua Kota, volledig uitgestorven op zondag
De vriendelijk zwijgende jongen van de receptie
Kamer no. 14 vanuit de binnenkant gezien
Onder: het uitzicht vanaf het achterterras

zaterdag 17 januari 2015

Mahu (Saparua)

17 jan. 2015
Het is 05.00 uur en de wekker zoemt. We moeten al vroeg uit de doorgezakte veren. Masohi was een tussenstop omdat er gistermiddag geen boot meer ging naar Saparua. Vandaag gaat de speed om half zeven. Rino, een jongen die in "Hotel" Irene werkt heeft voor ons een ojek geregeld. Om tien over zes naar de steiger. Eerst Jacqueline en daarna heeft hij mij opgehaald. Er ziten daar een paar mensen maar verder is het muisstil en nog geen boot te zien. Inmiddels begint het te donderen in de lucht. Het wordt donkergrijs. Er komen al meer mensen. Het is rond half acht als er betaald moet worden bij een klein armetierig hokje met afdak om droog te zitten. We hebben drie keer de prijs gevraagd, één keer in de penginapan en twee keer bij de wachtende mensen en we kregen als antwoord RP 65.000 per persoon. Wij moesten aan het loket betalen RP 60.000 pp. Volgens ons weten ze het zelf niet eens wat de prijs is. En dat zijn dan mensen die regelmatig deze boot nemen. De tickets komen later want die worden hergebruikt. Als de boot komt dan komen ook de geplastificeerde tickets. Tegen achten is de boot daar en wij ontvangen de kaartjes. Om kwart over acht vertrekken we met een afgeladen boot naar Saparua. Inmiddels is het gaan regenen. De zee is vlak maar het regent hard. Als we na anderhalf uur varen bij de steiger van het dorpje Ihamahu aankomen regent het keihard. We gaan in de regen van boord en lopen de pier af naar het dorp. Het water gutst uit de hemel. Daar worden wij in onze groene dun plastic poncho's aangesproken door een ojekrijder in een donkerblauw stevig oliepak. "ojek, ojek?". Ons plan is naar de verder gelegen penginapan Putih Indah Lease in Kulur te gaan maar door het slechte weer besluiten we het dichterbij te houden naar Mahu Lodge in het gehucht Mahu. In de stromende regen achter op de motor in tien minuten naar onze slaapplek. De ojek gaat terug naar de haven om Jacqueline op te halen en ik sta als een verzopen kat te druipen bij de receptie. Mijn hoedje is doordrenkt en hangt slap over mijn oren. Er is niemand te bekennen totdat ik een mannenstem hoor. Een aardige man spreekt mij aan en hij blijkt de eigenaar Paul te zijn. Hij heeft een goede kamer voor ons inclusief het eten voor RP 175.000 pp/per nacht. Het regent nog steeds. Dan komt de andere verzopen kat achter op de motor het terrein van Mahu Lodge opgereden. Samen druipend maken we kennis met de eigenaar en zijn zoon die de kamer in orde gaat maken. De enige gast op dat moment is een vrouw uit Frankrijk. We nemen een kop koffie, kletsen met haar en vullen de formulieren in. Het druppelt nog steeds. Het is zo'n typische regendag waarbij er niet veel valt te ondernemen. Maar zie daar in de loop van de middag klaart het weer op en hebben we de angkot naar Saparua Kota genomen. Het wegdek is slecht. Veel gaten en kuilen. In Kota even rondgelopen en een paar Penginapans bezocht. We hebben een prima plek gevonden voor weinig en er is meer reuring daar. Waar we nu zitten is mooi maar heel erg stil. Dus gaan we morgen verkassen.
Wachten op de speed
We ziten en we gaan
In de stromende regen van boord in Ihamahu

vrijdag 16 januari 2015

Masohi

16 jan. 2015
We verlaten het prachtig gelegen Sawai. Gisteravond hebben we al betaald. De baas PakAli was er niet maar zijn zoon gaf ons het bonnetje waarop stond 3 1/2 nacht. We kwamen daar aan met de kano om half vijf in de ochtend en daar rekent hij een halve nacht (RP 250.000) voor. We leggen de jongen uit dat we dat niet doen en dus betalen we 3 nachten. Hij begrijpt het glimlachend en wij betalen drie nachten. De Kliang is een Toyota Avansa geworden. Een auto waarbij men per stoel betaalt noemt men hier altijd een Kliang. Om half acht stond de chauffeur voor onze neus maar voordat we vertrokken was het een vijftien minuten later. Jam karet. Wij zaten comfortabel op de achterbank. Op de voorstoel nam een jonge vrouw plaats met haar 4 maanden oude baby. Dit kleine murmel droeg nu al hoofddeksel zijnde een soort voorloper van de hoofddoek, zeer geschikt om mee te doen met de hoedenparade op Prinsjesdag. Menig politica zou jaloers kunnen worden op zo'n hoofdtooi.
We rijden heel langzaam over de smalle strook beton in het dorp Sawai. Hier en daar stopt hij om een kartonnen doos, een plastic zak of een enveloppe voor de post mee te nemen naar Mansohi. De bagageruimte zit vol en we gaan. Na een paar kilometer stopte hij weer. Een op het oog oudere man staat te wachten en vraagt: "Mansohi"? De chauffeur knikt en de man gebaart mij op te schuiven naar het midden. Ik ben niet zo moeilijk dus ik schuif op en kom bovenop een stang tussen de twee achterbankstoelen te zitten. Zó...dat wordt een feest gedurende drie uur. De man wilde persé naast mij. Hij is moslim en dan staat blijkbaar het geloof niet toe om naast een vreemde vrouw te gaan zitten. Later in een gesprek blijkt dat hij 53 jaar is, twee vrouwen heeft....dat mag wel....en dat hij regelmatig een vriendin opzoekt....dat mag wel en hij heeft zeven kinderen...dat mag altijd. Vreemdgaan is heel gewoon maar naast een onbekende vrouw zitten dat kan niet maar misschien liggen wel. We weten het niet, en we willen het ook niet weten, het zal wel. Nu weten we ook waarom die man op de heenreis in de bus naar Sawai ook niet naast een vrouw wilde zitten en daarom een plastic krukje kreeg voor het gangpad. De afgelopen dagen hebben we al ontdekt dat het doeriantijd is. Ook in de auto ruiken we met regelmaat die rotlucht. En wij maar denken dat het van buiten komt. Nee hoor, in de bagageruimte van de auto ligt een kartonnen doos die is meegegeven door een dorpeling. In deze doos zit niet alleen een doerian maar ook een legertje kleine zwarte mieren. "Jac. krab eens op mijn rug want er zit er weer eentje". We rijden al anderhalf uur met die meurende vrucht en we doen een kleine stop. Lekker, frisse lucht! Voor mij een geschenk uit de hemel want mijn achterwerk voelt alsof ik uren op een half afgebroken reling van een brug heb gezeten. Na een klein kwartiertje, de baby heeft weer een schone broek gekregen, gaan we weer. Nog anderhalf uur te gaan. De gevoelloosheid van mijn zitvlak neemt weer toe. Door wat heen en weer te schuiven en proberen te slapen hebben we de eindbestemming bereikt. Wij hebben een prijs te horen gekregen van RP 125.000 pp. Eerst stapt de vrouw met de baby uit, betaalt RP 100.000 en later stapt ook de man uit en betaalt ook RP 100.000. We geven aan dat we bij Penginapan Irene willen slapen. Hij stopt daar en wij stappen uit. Ik betaal hem RP 200.000 en zeg dat dit de lokale prijs is. Een glimlach ontvouwt zich en hij neemt het geld aan zonder iets te zeggen. En weer hebben ze geprobeerd ons meer te laten betalen dan de lokale bevolking. Jacqueline gaat even een kijkje nemen bij de kamers en ik laat de bloedsomloop van mijn zitvlak weer op gang komen en neem onze rugzakken uit de auto. De mieren zitten gelukkig alleen aan de buitenkant.  Met een spuitbus hebben we ze geëlimineerd. 
De doos met die stinkende doerian werd meteen op straat gezet. De mieren werden er afgeslagen en hij werd weer teruggezet in de auto voor verdere aflevering. De kamer voor één nacht is acceptabel. RP 154.000 met fan en mandi. En wat we nog niet eerder op deze reis meegemaakt hebben is dat we ons moeten laten registreren bij de Politie. Dit kost RP 20.000 per persoon. Als dit niet gebeurt en het Guesthous krijgt controle, moeten ze een boete betalen van RP 1 miljoen. Uiteraard willen wij geen problemen veroorzaken en geven een kopie van ons paspoort en KITAS (Visum). Een meisje van het Guesthouse regelt het voor ons. Na een bordje lekker eten in een Rumah Makan aan de overkant zijn we teruggelopen voor de dagelijkse siesta. Morgen om 06.30 uur nemen we de  public speed naar Ihamahu op Pulau Saparua.
Een laatste blik op drie vrouwen uit Sawai. Zij blijven zitten en wij gaan weer.
Onder: een mooie voor de hoedenparade