Translate

Choose your language

Choose your language

Het weer op Bali


Een Cheetah in Kruger National Park
THE WEATHER ON BALI

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?
Wij zijn Henk en Jacqueline en wonen sinds 2012 op Bali. Wij gaan graag op ontdekkingsreis in en buiten Indonesie.

Welkom op ons blog

Welkom op ons blog

Aantal pageviews t/m vandaag

Aantal pageviews t/m vandaag

Totaal aantal pageviews t/m vandaag

Hot news

Een mijlpaal: Woensdag 23 december 2020
300.000 vieuws.

Translate our blog in your language

woensdag 25 april 2018

Glimmende stenen

Woensdag 25 april 2018
Na de wekservice van de grote moskee “Raya Sabilal Muthadin” hebben we niet of nauwelijks meer geslapen. Het ontbijtbuffet is hier prima. We hebben om 11 uur afgesproken onze gids Tailah. We gaan om kwart voor elf naar de lobby en.....ohhh ja hoor.....hij komt er ook al aan met Yani. Het is voor ons erg wennen aan Indonesiërs die te vroeg op de afspraak komen. Inmiddels voor ons een rare gewoonte. 
Wij rijden om 11 uur weg naar de diamantmijnen van Martapura. Na anderhalf uur rijden links af in Martapura en daar zien we de hopen met stenen al liggen. Te voet verder om het allemaal van dichtbij te bekijken. Als je nou heel erg zwaar en goor werk zoekt dan is dit “the place to be”. Er zijn totaal 12 mensen aan de slag waarvan 2 vrouwen. Vijf ervan zijn beneden in een groot gat aan het hakken en de anderen staan bij de machine of zijn handmatig aan zeven. De rest zit te hangen in de warung.  Om de anderhalf uur wordt er gerouleerd. De zevers naar beneden het gat in en de hakkers naar boven het water in. Gemiddeld vinden ze een halve gram ruwe diamant per dag per persoon. Naast de diamanten vinden ze ook edelstenen die gepolijst worden en in voor ons afschuwelijke ringen gezet. Erg populair onder de Indonesiërs.
De mijnen in Martapura is de enige plek in Indonesië waar ze diamanten vinden. Het is voor de werkers heel zwaar en voor ons bijzonder om dit van dichtbij te zien. Later zijn we naar een werkplaats gereden waar ze de diamanten slijpen. Voor dit precieze werk worden Hollandse machines gebruikt. 
Een stukje verderop zijn we neergestreken in een warung. Lekker Gado Gado gegeten. En toen barstte het los. In de zware slagregens terug naar Banjarmasin waar diverse straten onder water staan. In het bahasa Indonesia heet dit “Banjir”. Het dak van de auto lekt....het druppelt ritmisch op de versnellingspook. Yani gooit er een lap op en concentreert zich op de weg. Tailah zit te pitten. 
We zijn weer terug in het hotel. Tijd voor een kleine wandeling naar de hipste koffietent van Banjarmasin “Office Coffee”. En inderdaad de koffie is lekker. En de appeltaart ook. 
De avond gaat vallen na weer een fijne dag.












De vroege ochtend

Woensdag 25 april 2018
Wat een genot om weer op een echt bed te slapen. Het is half vijf in de ochtend en ik schrik wakker. In Banjarmasin staan meer dan duizend!! moskeeen en dat kom je dan ook snel te weten. We bivakkeren in een fijn hotel strak aan de Martapura River. Met een prachtig uitzicht op de rivier. Helaas komt er om de vijftien minuten een pruttelend bootje voorbij. Overdag leuke reuring maar ‘s morgens vroeg wat minder. Het is inmiddels vijf uur en het vroege ochtendgebed wordt afgesloten met een soort luchtalarm. Oh nee toch niet....Het gebrabbel uit de luidspreker zwakt af en laait ineens weer op. Maakt niet uit want ik ben toch al wakker. Het hoort bij deze drukke stad. Jacqueline heeft nergens last van met haar doppen in de oren en snurkt gewoon door. 
Welkom in Banjarmasin.

De buffels van Nagara

Maandag 23 april 2018
De dag kriekt om vijf uur. De kippen kakelen en de haan kraait. Het leven van de Dayaks komt al op gang. We blijven nog een uurtje verkrampt liggen en staan dan toch maar op. Ondanks de vermoeidheid hebben we niet al te best geslapen. Wij zijn dat ook niet gewend om op een matje te pitten. Het lijf voelt niet echt soepel aan. De gids Tailah  en zijn maatje Samuel zijn ook al wakker. We poetsen de tanden vanaf het terras bij de deur en kleden ons aan. De natte kleren van gisteren zijn nog steeds nat. De natte broek gaat weer aan met een een droog shirt. Onze schoenen ook nog nat en blubberig maar met droge sokken voelt het minder vies aan. Op het terras van de familie eten we een boterham en drinken een bak thee en pakken daarne onze rugzak en gaan weer. We worden uitgezwaaid door de vriendelijke Dayaks.
We lopen in een uurtje of twee, over verharde paden en twee hangbruggen, naar de plek waar het bamboevlot al klaar ligt. Ook Yani met de auto staat daar te wachten. We kunnen onze rugzakken in de auto leggen want we worden natuurlijk zeiknat. 
We gaan met z’n drietjes op het bamboevlot zitten en vertrekken. De eerste stroomversnelling komt eraan en de stuurman moet flink aan de bak met zijn stuurstok. Het water spoelt over het vlot. Ons zitvlees voelt al nat aan. De natuur is prachtig. Na een uurtje of drie over de rivier zijn we bij het einde. Hier vlakbij woont de stuurman van het vlot. We zijn lekker nat en lopen een tiental minuutjes. Wij trekken droge kleren aan en gaan op de grond zitten met een verse bak thee. Zijn vrouw heeft gekookt. Het smaakt goed. Yani met zijn auto is er ook al.  Ik vraag aan de stuurman hoe hij het vlot weer terug brengt. Hij brengt het niet terug. Hij verkoopt het gewoon als bamboe. Op de plek waar wij vertrokken zijn maakt hij een nieuw vlot. Handig en slim!  Na het het eten in de auto. We rijden naar Nagara. Het is twee uur rijden. 
Aangekomen in Nagara nemen we eerst een bak thee in een warung bij de haven. De klotok (boot) komt zo. Het gebied rondom Nagara is moeras. Bijna alle huizen zijn gebouwd op palen. Men leeft op of aan het water. We stappen op de Klotok en pruttelen Nagara uit naar het Danau Rawa.
Links en rechts zien we het dagelijkse leven aan de oevers van de rivier. Na een uur varen zijn we midden op het meer. Hier staan acht stallen op palen. In het meer grazen elke dag de Karbouws (waterbuffels). We zien al een groep grazen en zwemmen. Tegen het einde van de dag om een uur of vier komen ze terug naar hun stal. Voorop zwemt de leider en de rest volgt. Ze weten precies welke stal van hun is. Ze klimmen erop en kauwen verder op hun dagelijkse maaltje. Ze eten vooral waterhyacinten. Daar blijven ze de gehele nacht en morgenvroeg gaan ze weer voor een hele dag het water in. Het is prachtig om te zien hoe ze op hun instinct naar hun stal zwemmen. Eenmaal bij de stal klimmem ze allemaal op de stal behalve de leider. Die wacht tot iedereen op het droge staat en dan klimt hij erop. Idereen weer veilig binnen! We varen terug naar Nagara. We leggen aan, pakken onze spullen en vertrekken voor de terugreis naar Banjarmasin. Eerst rijden we via Kandangan naar Martapura (4 uur). Daar eten we nasi goreng en rijden door naar Banjarmasin (2uur). Om 23.00 uur zijn we in het hotel. Morgen verkassen we naar een ander hotel vlakbij de rivier.




dinsdag 24 april 2018

De achterkant van Banjarmasin

Dinsdag 24 april 2018
We hebben geslapen als een blok beton en zijn weer enigszins fris en fruitig. De spieren van het lopen door de jungle en het lange zitten in de auto zijn stram. Om elf uur haalt de vaste chauffeur van Tailah ons op want we verkassen naar Hotel Victoria River View. Wij vinden dat we na het afzien in de jungle een fijn hotel hebben verdiend. Een kamer met heerlijke bedden en een balkon met uitzicht op de Martapura River. 
Yani is samen met Taikah keurig op tijd bij Guesthouse One. Na het betrekken van onze kamer en het afgeven van de zak vuile was zijn we aan de overkant een warung ingedoken. Witte rijst met kip en groenten. Als een mens trek heeft smaakt alles. Na de lunch is het de hoogste tijd voor de siesta want om 16.00 uur komt Tailah ons weer ophalen voor een toertje door de kanalen van Banjarmasin. Om kwart voor vier zit hij al te wachten bij de receptie. We lopen een stukje, de steiger ligt verderop. Hier stappen we op een klein bootje die Tailah heeft geregeld.
Het wordt genoemd als de “Canal Tour” maar het is meer een rondvaart door de “achterkant” van Banjarmasin. Het is het einde van de dag en dan is het “jam mandi”. Of ze wassen zich aan de kant of ze duiken het water in. Vooral de kinderen vermaken zich uitstekend. Het is indrukwekkend hoe de mensen hier wonen. Regelmatig moeten we diep bukken om onder de bruggetjes door te kunnen zonder de kop te stoten. Toeristen komen hier zelden of nooit want die nemen een andere route. We stappen af en lopen door een paar kampungs naar een grote drukke weg. Een stuk verderop niet ver van het hotel is de favoriete warung van Tailah. Wij eten met hem Soto Banjar Nyaman Banar. Volgens Tailah dé soep van Banjarmasin. Hij heeft niets teveel geroepen. Een lekkere en rijk gevulde soep. Het smaakt prima. We lopen terug naar het hotel. Het was weer een prachtige dag. Morgen weer een dag en dan gaan we er weer op uit met Tailah en Yani. 























Tumingki

Zondag 22 april 2018
Het is kwart voor negen en onze gids Tailah met de chauffeur staan al te wachten. We gaan naar Loksado in het Meratus gebergte. In dit gebied gaan we vanmiddag een trekking door de jungle maken. Onderweg nog even gegeten in een warung in Kandangan. Om half twee waren we op de plek van vertrek van de trekking. Tailah had ons verteld dat we grotendeels over goede paden gingen lopen. Prima want van glibberen en glijden houden we niet. Maar het werd anders. De eerste twee uur lopen we in de stromende regen over verharde paden en over drie wiebelende hangbruggen en door een aantal kleine dorpjes. In één van de dorpjes drinken we thee in een warung. Dan slaan we rechts af en komen op een onverhard pad. Nog niks aan de hand maar dat pad stopte. De gids en de drager Samuel hakten een pad door de dichtbegroeide rimboe. Door de regen is alles spekglad. Er komt geen eind aan. Hij weet heel goed de weg en is helemaal in zijn sas. Wij niet. We gaan het al minder leuk vinden. We lopen zo al vier uur, op en af, klauterend en glibberend. En dat ook nog met een rugzakje van een kilootje of 10. Diverse keren gaan we onderuit maar met de hulp van Samuel komen we weer overeind en gaan verder. Het wordt al donker en we lopen nog steeds in de dichte rimboe. We gaan verder met lampjes op het voorhoofd maar het blijft glibberen. Een uur later bereiken we toch de verharde weg en dan is het nog een half uur lopen naar het Dayak dorp Tumingki waar we slapen in een longhouse. We zijn zeiknat van het zweet en zitten ook nog onder de modder van het uitglijden. We zitten er helemaal door. We worden heel hartelijk ontvangen door de Dayak familie en krijgen thee en een maaltijd met rijst uit de bergen, groente, gebakken ei en tempé. De oudste van de familie is 95 jaar en nog heel vitaal. Hij lult als Brugman. De vrouw des huizes heet DongAma. Dong is de naam en Ama betekent de oudste dochter. We lopen naar de overkant waar het “Longhouse” staat. Hier slapen wij op een een matje. Dat wordt een slechte nacht maar we zijn moe, dat scheelt. Het longhouse wordt niet meer gebruikt om te wonen. Een aantal jaren geleden woonden hier alle mensen bij elkaar. Inmiddels hebben ze elk een eigen huis. Dit Dayakdorp bestaat uit een tiental huisjes die rond het Longhouse zijn gebouwd. Het Longhouse wordt nu gebruikt als gezamenlijke opslag en twee keer per jaar voor de rijstceremonie. 
Voor morgen hebben we het programma kunnen wijzigen. We zouden nog een dag gaan trekken maar daar zien we van af. We hebben er geen zin en het is met die regen te gevaarlijk. Dus gaan we twee uur lopen over de weg naar Loksado en daar gaan we op een bamboevlot raftend in drie uur stroomafwaarts.