Translate

Choose your language

Choose your language

Het weer op Bali


Een Cheetah in Kruger National Park
THE WEATHER ON BALI

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?
Wij zijn Henk en Jacqueline en wonen sinds 2012 op Bali. Wij gaan graag op ontdekkingsreis in en buiten Indonesie.

Welkom op ons blog

Welkom op ons blog

Aantal pageviews t/m vandaag

Aantal pageviews t/m vandaag

Totaal aantal pageviews t/m vandaag

Hot news

Een mijlpaal: Woensdag 23 december 2020
300.000 vieuws.

Translate our blog in your language

vrijdag 16 januari 2015

Sawai (Seram)

15 jan. 2015
Het is onze laatste dag in Guesthouse Lisar Bahari in Sawai. Het is momenteel hier erg rustig want we zijn de enige gasten. Voor Jacqueline is het een welkome rustdag want ze is behoorlijk verkouden maar haar darmen protesteren niet meer. De zee heeft een kleine golfslag die het snorkelen er niet leuker op maakt. Geinspireerd door het opdoemen van een schildpad recht voor ons terras ga ik toch het water in.
Januari is niet de beste tijd van het jaar integenstelling tot wat er in de boeken staat. De beste tijd om te duiken en snorkelen is september en oktober want dan is de zee als een spiegel. 
Sawai is een klein moslimdorp gelegen aan een baai van de Seramzee. Een deel van het dorp is gebouwd op het land aan de voet van het oerwoud en een deel is gebouwd op palen in zee. De ruimte op het land is op vandaar dat men ook in zee de huizen bouwt. In het dorp zelf is een kleuterschool en een lagere school. Naar de middelbare school gaan de kinderen met een bootje naar een dorp verderop. Om half acht vertrekken ze en komen om een uur of één weer terug. In de middag is er geen school. Het meest opvallende van Sawai is de centrale wasplaats. De gehele dag staan de vrouwen hier de was met de hand te doen en enpassant zichzelf. Als je hier als meisje bent geboren en je blijft in het dorp dan is haar lot de wasplaats, koken en kinderen krijgen. Dit openluchtbadhuis wordt gevoedt door een bron uit de bergen. Men leeft hier hoofdzakelijk van de visvangst en de vruchten uit de bergen. Momenteel is het doeriantijd en dat is overal te ruiken en te zien. De mensen eten ze graag omdat ze het lekker vinden en ze zijn goedkoop en gemakkelijk verkrijgbaar.  De bomen hangen er vol mee. Ze maken er ook koekjes "doldol" van die ze niet bakken maar drogen in de zon. Tijdens een wandeling door het dorp geproeft maar wij vinden ze niet lekker. Afgezien van de geur vinden wij de doerian überhaupt al niet echt lekker. Het dorp heeft ook een grote schaduwkant die Indonesië eigen is. Alle afval wordt in zee gedumpt. Achter onze hut zit een vrouw bananenbladeren te knippen en het afval gaat direct de zee in. Verderop zitten ze doerians van de schil en pit te ontdoen en ook dat verdwijnt weer in zee. Onder onze hut door drijven ze rIchting de zee. Dobberend geven ze met regelmaat hun doordringende geur af dat via de kieren van de houten vloer onze hut binnendringt. Dag en nacht...maar alles went, voor een paar dagen, ook deze rotlucht. Net voorbij het openluchtbadhuis is een klein bruggetje en daar ligt in een sloot verbonden met de zee bizar veel afval. Walgelijk! Men heeft er hier absoluut geen benul van wat het betekent om alles in zee te dumpen. Men leeft vandaag en morgen zien ze wel weer! De huizen op palen hebben een gat in de vloer en......ploep alles in zee.
Het is niet aan te raden bij de huizen te snorkelen. Bij het Guesthouse is dit nu er bijna geen gasten zijn geen probleem. We komen hooguit die van onszelf tegen.
Morgen gaan we met een Kliang (een auto waarbij je per stoel betaalt) naar Masohi aan de zuidkust. Vanaf deze plaats gaan we met de boot naar Saparua, één van de Lease Eilanden. (de uitspraak is niet lies maar lé-asse). 
Info
Het Guesthouse Lisar Bahari is de enige accomodatie in Sawai. De ca. 25 kamers zijn gelegen in vier grote hutten op palen met een terras gericht op zee. Met er tussen een aanlegsteiger. Het niet echt geweldige koraal ligt voor de deur. 
Kamers met een tweepersoons bed of twee aparte bedden met een prima matras. Alle kamers hebben een eigen badkamer met douche. Zoet water.
Prijs: RP 250.000 per persoon/per nacht incl. drie heerlijk klaargemaakte maaltijden die gebracht worden bij de kamer waar een tafel staat met thee, koffie en een kan met warm water. In de middag wordt er snacks zoals donuts gebracht.
Contactpersoon: PakAli 085215350219
Prijs snorkeltrip: een volle dag RP 750.000 per boot en een halve dag RP 400.000 en dat is vrij duur.
Snorkeluitrusting is aanwezig maar beter is om je eigen te gebruiken.
Wij betaalden voor de laundry: RP 30.000 voor ongeveer twee kilo. 
Kliang naar Masohi: RP 125.000 per persoon
Onze kamer ligt op het voorste puntje
De wasstraat
Van deze doerianpap maken ze de koekjes
Drogen in de zon 
Kampung Sawai aan de voet van de jungle
Onder: de schildpad niet meer gezien

woensdag 14 januari 2015

Pantai Ora

14 jan. 2015
Na de vermoeiende maar wel bijzondere nacht in de kano hebben we het gisteren rustig aan gedaan. Genieten van het uitzicht. De lunch met een grote vis en allerlei bijgerechten en het avondeten met kip waren heel erg lekker. De Ibu die dit heeft klaargemaakt krijgt van ons een pluim. De dag hebben we volgemaakt met een kleine wandeling door het dorp. De stroomvoorziening is hier van zes in de avond tot zes in de ochtend. Om naar het toilet te gaan heb je hier geen zaklamp nodig. 
Vanmorgen waren we weer redelijk uitgerust van ons nachtelijk avontuur en zijn we met een klein speedbootje naar Ora Beach gegaan. De Ibu die de gisteravond de kip heeft klaargemaakt krijgt een kleinere pluim dan gemeld omdat Jac. Vandaag de weg naar de pot al vaak heeft moeten vinden en dan is het nog maar tegen negenen. Ondanks dat gaan we daar toch kijken en snorkelen. Volgens de boeken en internet staat hier een prachtig Eco Resort. We stuiteren in het kleine speedbootje in een kwartiertje naar de aanlegsteiger van het resort. Het is een prachtige plek aan het strand met idylisch in het water gelegen houten hutjes. Het water vanaf het bootje en de steiger oogt niet echt helder maar we gaan toch onder water kijken. We gaan erin en inderdaad het zicht is niet geweldig. Het koraal is niet onaardig en er zit behoorlijk vis. We zien zelfs een grote mooi gekleurde headbumper parotfish en een kura kura (schildpad). Het is helaas te troebel om strakke foto's te maken. We gaan eruit en lopen wat rond op het resort. Na het zien van een berg gedumpt afval hebben we direct het voorvoegsel Eco geschrapt.
Ook een reden om dat te doen is nadat Jacqueline naar het toilet was geweest. Het hurktoilet lag vol met stenen en rotzooi. Jac. wees de dame in het restaurant erop en die antwoordde: "Doe het maar op de vloer en gooi er maar een emmer water overheen". Zo gezegd, zo gedaan. Geen Eco kwaliteit maar wel een Eco-prijs: een tweepersoonshut in het water voor RP 600.000 per persoon/per nacht incl. drie maaltijden. Dat is dus samen RP 1.200.000. Veel te duur! De zee wordt ruwer en we besluiten terug te stuiteren naar onze hut. Jac. geeft de jongen aan het was rustiger aan te doen. Hij lacht en blijft gewoon op volle kracht doorvaren. We zitten nog geen kwartier bij onze hut, het is 12.00 uur, en het middageten wordt al gebracht. Gisteren was het half twee en nu twaalf uur. Een typisch gevalletje van jam karet (rekbare tijd...oftewel...we kijken niet op een uurtje).
Gebakken vis. Boontjes met rode pepertjes. Vissoep. Rijst en nog een andere onbekende groente.
Ik heb heerlijk gesmikkeld terwijl Jac. met toeterende darmen toekeek. Zij besloot toch maar haar bedje in te kruipen. Ik vermaak me wel met het eindeloze uitzicht op zee. Morgen is ze hopelijk beter en kan ze weer meeeten. 
Onderweg maar Pantai Ora
De met de pootjes in het water gelegen hutjes van Eco Resort Ora
Niet Eco waardig
Onder: door het troebele water helaas geen strakke foto van deze schildpad

Naar Seram

13 jan, 2015
Het net over negen uur, vanaf onze hut op palen kijken we naar buiten en we zien helder water en een strakke zee. We zijn in Sawai op Pulau Seram. Maar het was niet echt eenvoudig om hier te komen.
Gistermorgen hebben we de wekker van ons mobieltje om kwart voor zes gezet. Om zes uur klopte de roomservice van Hotel Sea Ambon weer op de deur maar nu niet met nasi goreng maar op ons verzoek met vier witte boterhammen en twee gebakken eieren. We gaan vroeg op pad om Kota Ambon te verlaten. Het is half zeven en we gaan te voet naar de vlakbij gelegen weg waar de blauwe angkots rijden. We staan er nog geen vijf minuten en er komt een donkergroene aan. Deze kleur kenden we nog niet. Hij stopt en wij vragen of ie naar de Terminal Transit gaat. Hij knikt en wij stappen in. Vanaf deze busterminal gaat de bus naar Seram. Wij komen daar en er staat een rij met bussen geparkeerd op een onverhard terrein. Er zitten wat gasten te roken in een soort bamboebushokje/hangplek en wij vragen daar welke bus naar Selaman op Seram gaat. En toen brak de discussie los. Er kwamen steeds meer mensen bij die het wel wisten. Totdat een vrouw ons vertelde dat de bus eerst naar Liang gaat en dan met de ferry naar Waipirit. En dan rijdt ie door naar "Kopi SS" ????? " En daar is het beste een auto te nemen naar Sawai maar die auto is erg duur". Het zal wel en we zien het wel!
Wij begrepen niet wat zij bedoelde met "Kopi SS". Niet even daarna zegt een kerel dat de bus vandaag helemaal niet gaat....die gaat morgen. Vandaag gaat er wel een bus naar Piru op Seram, die staat al klaar aan de overkant. Voor ons de verkeerde kant van Seram. Oh nee hè.....wij natuurlijk stevig balen. Terwijl de diskussie nog steeds gaande was en heviger werd of er nou wel of geen bus komt....kwam daar een bus aangereden en die parkeerde achteruit naast de warung en marktkraampjes. De chauffeur klom eruit en vroeg waar wij heen wilden. Wij zeiden: "Wakai op Seram". Hij zegt: "Ohhhh naar de Penginapan van PakAli"? Wij knikken bevestigend. "Deze bus gaat om één uur naar Wahai op Seram en we komen langs Sawai. Daar zetten we jullie af en dan moet je verder met een ojek naar Sawai". Wij verbijsterd en happy. "Eerst naar de ferry van Hunimua vlakbij Liang naar Waipirit op Seram en dan later stoppen we om te gaan eten bij "Kopi SS". Aha dus dat is de naam van een eettent langs de weg. "We zijn er vanavond en het kost RP 200.000 per persoon".
Om kwart voor twaalf is het bussie voor 80% bezet. De "driver" start de motor en we gaan. Alle bagage op het dak, afgedekt met een vastgesnoerd zeil. In het gangpad ligt een grote zak met uien en een kleinere zak met knoflook. Wij rijden naar de pomp om te tanken want dat doen ze pas als ze geld gevangen hebben. Met een volle tank en twee cans van 25 liter in de deuropening gaan we weer rijden. "Hé...we gaan weer terug naar terminal, de plek waar we vandaan gekomen zijn". En ja hoor hij parkeerde het bussie weer keurig op dezelfde plek waar inmiddels nog een aantal mensen stonden te wachten. Het zeil los en ook die bagage werd op het dak geplant. Een half uur later, het is dan tegen half één, rijden we weer weg. 
Het bussie heeft 25 zitplaatsen en er zijn 26 volwassenen en 6 kinderen aan boord. In de deuropening staan er ook nog twee die bij de bus horen. We rijden nog geen kwartier of de telefoon van de "driver" gaat. Er komen nog meer mensen op de bus. De bus stopt en wacht. Eerst komen er twee met een gele angkot en later nog twee met een blauwe. Er is nog één krappe plek vrij naast een vrouw dus daar kan die ene nog wachtende jonge kerel zitten maar die mag blijkbaar van zijn moeder niet naast een vreemde vrouw zitten. Een andere gezette vrouw gaat daar, weliswaar overdwars, wel zitten. Voor de stoelweigeraar wordt een krukje geregeld die hij over een zak met uien zet. Zo die zit ook!
Nu gaan we echt naar de ferry met 32 grote en 6 kleine passagiers op 25 stoelen en twee blauwe plastic krukjes. Ook de zak met knoflook wordt als zitplaats gebruikt. Een uurtje rijden naar de ferry en dan een uurtje varen naar de overkant. We gaan van de bus en lopen naar het bovendek waar we ontvangen worden door een stapel grote luidsprekers met knallende bassen. Welkom aan boord! De veerboot legt aan en we rijden langs de zuidkust met aan de linkerkant van de weg de jungle en af en toe een dorp. Om 17.00 uur zijn we in Waipia. Hier doen we een bandenwissel op de hoek van de weg naar het noorden. Hier zit een Tukang ban (een bandenmaker). De op springen staande spekgladde band gaat eraf en een nieuwe gaat erop. Het duurt zeker een uur want ook de accukabel moet gerepareerd worden. Tegen zessen gaan we weer verder. We slaan links af en we rijden dwars door het oerwoud naar Saleman. De weg wordt smaller maar is goed berijdbaar en heeft diverse bruggen. Sommige zijn nog smaller dan de weg. Één kan het gewicht van de bus niet dragen. Hier steken we de rivier over door de bedding. Om negen uur zijn we eindelijk in Salemen bij "kopi SS". Hier stoppen we bijna twee uur om te eten, te rusten en om de remmen af te laten koelen. Bijna iedereen ligt half of helemaal te pitten als er ineens Molukse muziek hard uit de luidsprekers knalt. Gezellig! Het 23.00 uur en we moeten nóg drie uur naar onze afzetplek bij Sawai. Het is pikdonker en ineens roept de bijrijder "Hé mister Sawai, Sawai". We schrikken wakker want ook wij zaten te knikkenbollen. Het is 02.00 uur midden in de nacht. De bus stopt bij een paar huizen. Met een schijnwerper wordt gezocht naar een ojek maar iedereen ligt daar te slapen. Dus is er geen ojek (brommertaxi) maar daar waren we al bang voor op dat tijdstip. Dan maar doorrijden naar het volgende dorp vijf kilometer verderop. Misschien dat daar wel mensen met een motor wakker zijn. Dan ineens stoppen we bij een brug. De bijrijder schijnt met z'n lamp naar beneden en roept iets. En ineens staat er een man voor ons. Geen ojek maar hier kunnen hier wel wachten tot vroeg in de morgen als er een ojek langskomt. Dat kan nog wel uren duren. Waar zijn we nu weer terecht gekomen? Onze rugzakken worden uit de berg bagage op het dak tevoorschijn gehaald en daar staan we dan. We zwaaien naar iedereen en de bus vertrekt. We zijn meegelopen met de brugslaper en daar onder de brug ligt nog iemand....zijn zoon. Die wordt wakker, pakt een bord rijst met vis en zegt dat we ook met de kano naar Sawai kunnen gaan. En ja hoor daar ligt ie languit met longtailmotor. Wij kijken elkaar aan met de blik van......is zo'n uitgeholde boomstam wel betrouwbaar. Kan dat wel met z'n vieren en vier rugzakken? Vader en zoon knikken "tidak masala" (geen probeem).
Maar dat zeggen ze wel vaker in Indonesië. We zijn toch ingestapt want we hadden eigenlijk geen keuze. Het is is twee uur varen en vader wil  RP 300.000 hebben. Wij doen een tegenbod van RP 250.000. Hij schudt met zijn hoofd en gaat liggen en trekt een deken over zich heen. Wij hebben toen toch maar ingestemd met zijn prijs. In het donker onder het schijnsel van de halve maan en een zaklamp varen we  door de dichte jungle. We zien niks.....jammer want overdag zal dit ongetwijfeld prachtig zijn. We naderen de zee en de kano heeft geen moeite met de lichte golfslag. De kano wiebelt wel een beetje. We zien lichtjes in de verte, dat zal de Penginapan van PakAli zijn. Om half vijf in de vroege ochtend wordt de kano door "Clochard & Co" vastgelegd aan de steiger van Guesthouse Lisar Bahari. De schipper maakte Ali wakker en die bracht ons met z'n duffe hoofd naar onze hut op palen. Volledig uitgehold rolden wij ons bedje in. 
Wat een busrit, wat een boottocht en wat een dag en wat een nacht.
In het busje naar Seram
Wat doen we? Wachten op een ojek of toch maar de kano?
In deze uitgeholde boomstam door de jungle in twee uurtjes varen naar Sawai

Onder: het busje krijgt een nieuwe band

zondag 11 januari 2015

Sop Saudara

11 jan. 2015
We zijn erg lui. Het enige wat we vandaag gaan doen is het centrum van Ambon verkennen. Ik ben al erg vroeg wakker en ik hoorde om vijf uur de regen tegen het enige raam van de kamer kletteren. Om half acht wordt er op de deur geklopt...."roomservice". Wat krijgen we nou dat hebben we niet besteld. Twee borden nasi goreng en twee kopjes thee. Niet echt hét moment om een bord nasi goreng naar binnen te werken maar het is wel een fijne service. De thee smaakte goed. We stappen rond het middaguur uit het hotel, we steken onze hand op en wat stopt er voor onze neus...een rode angkot. Gisteren hadden we het sterke vermoeden dat die kleur naar het zuiden rijdt maar deze kwam uit het blauwe noorden. Nu weten wij het ook niet meer maar later blijkt deze kleur naar Pulau Leihitu waar het vliegveld ligt, te rijden. Dat is niet het noorden, niet het zuiden, niet de kota maar de andere kant van het water. Het busje waar wij ingestapt zijn kwam dus van het vliegveld Pattimura genoemd naar de held van Ambon. Op Bali hebben ze Ngurah Rai en hier hebben ze Pattimura. Na wat geslenter over de kleurrijke markt hebben we eerst een bak Sop Saudara gegeten en daarna koffie gedronken in het café van gisteren Sibu Sibu. De immens populaire lokale Sop Saudara met witte rijst en sambal, het enige gerecht verkrijgbaar in deze eetgelegenheid, is een typisch gerecht van Ambon. Het smaakte niet slecht maar we hadden sterk de indruk dat het een soort ingewandensoep is vanwege de stukjes lever en andere niet benoembare bruine dingetjes. Op de wanden van Café Sibu Sibu prijken de foto's van bekende Molukkers. Niet alleen uit Ambon maar ook uit Holland zoals Simon Tahamata. Het is een bekend café met diverse soorten koffie. Neem de Kopi Rarobang Susu Madu (witte ginger koffie gemengd met honing en noten) en je weet zeker dat je die nooit meer zal drinken. Wat een bocht!....zei Jacqueline. Ik ging voor het zekere door zoals gisteren een wel drinkbare koffie Sibu te nemen maar zij wilde eens een keer helemaal wat anders. Ahhhhh fijn....dat was zeker heel anders. We zijn teruggelopen naar de angkotterminal en zijn met een groen busje naar het hotel teruggegaan. Vanavond gaan we onze zakken weer inpakken want we stappen morgen op de bus naar Sawai op het grote eiland Seram. Een dag reizen naar een prachtige plek aan het water.

     Pattimura
  1. Thomas Matulessy, bekend als Pattimura Muda, was een Ambonese soldaat die een opstand leidde tegen de Nederlandse bezetting op Saparua bij Ambon op de Molukken. Vermoedelijk kwam hij van Groot Kei en was zijn oorspronkelijke naam Kebres of Kabres.
Info
Hotel Sea, Kota Ambon
standaard kamer met ac, prima dubbelbed en warm water uit een stortdouche.
Prijs. RP 275.000 per nacht/ per kamer incl. ontbijt op de kamer.
Afstand naar het centrum:  3 km. De angkot stopt voor de deur. Prijs RP 3.000 pp
Café Sibu Sibu
met Simon Tahamata aan de muur
Een bakkie Sop Saudara
Vergane glorie van Ambon
Op en aan de rand van de kleurrijke markt
Onder: de held Pattimura

Gekleurd Kota Ambon

De middag van 10 januari 2015.
We slapen in Hotel Sea. We zoeken de ligging van het hotel in Ambon op via internet. Er staat geschreven.....op 0,3 km van de stad". Het is de helft goedkoper dan andere vergelijkbare hotels in Ambon Kota en toch dichtbij. We gaan naar Café Sibu Sibu. We vragen langs de kant van de weg aan een vrouw in een warung hoever het lopen is naar "kota". "Ohhhhh dat is te ver". Met de gedachte dat het voor de locale luie bevolking altijd te ver is, vragen we het nog een keer aan een andere Ibu. "Hoe ver is het naar "kota"?. "Ohhhh dat is heel ver, zeker 1 kilometer, je kan beter de angkot nemen". Even later stopte er een groene angkot en wij zijn ingestapt. In dit busje zit ook een vrouw die pindarotsjes zonder chocolade maar met camarel verkoopt. Wij kopen er twee. Duizend roepias per stuk. Als tegenbeloning brengt zijn ons vanaf de markt wel naar een andere angkot die ons verder kan brengen naar de straat van Sibu Sibu. Zij uitgestapt, wij uitgestapt en haar achterna. Sluipend en kruipend, vaak linksaf, vaak rechtsaf door de overdekte markt? Als je de weg weet is het allemaal erg gemakkelijk. Voor ons een groot ondoordringbaar doolhof. Na een minuut of tien kwamen we bij de angkotterminal. Veel busjes op een modderige terrein in de kleuren rood, groen en blauw. Zij heeft ons naar weer een groen busje gebracht en die heeft ons na vijf minuten rijden afgezet bij Sibu Sibu. Tijd voor de koffie. "Kopi Sibu met kenaricake". Lekker, doe maar. Inmiddels is het tegen vijven. "We lopen wel terug want zover is nou ook weer niet". Dat even lopen liep even anders. De eerste dag in een grote stad is altijd de dag van de orientatie en dat hebben we geweten. Op gevoel, de kaart lag in het hotel, hebben we een richting genomen. Ongeveer goed maar later hebben we het toch maar aan een "becakrijder" gevraagd. "Ohhhh dat weet ik wel, stap maar in voor RP 20.000. "Oké doen we maar dan voor RP 15.000". Wij ingestapt en op het gemakkie stijf tegen elkaar in de krappe becak rondkijken terwijl hij zich de krampen fietste. Maar gaan we nu wel de goede kant op naar het hotel? Wij weten het niet maar hij ook niet liet hij blijken door te glimlachen met het zweet op z'n voorhoofd. Een klassiek voorbeeld van een Indonesiër die geen nee kan zeggen. Dat zal zijn vrouw, als hij die heeft, leuk vinden. Toen het beginpunt weer in zicht kwam zijn we maar uitgestapt en hebben hem het geld in de handen gedrukt. Terug bij af! We zijn toen maar teruggelopen naar de angkotterminal en daar kwamen we een duits sprekende Indonesiër tegen en die wist wel waar de angkot staat naar de straat van het hotel. Hij voorop en wij er achteraan. "Deze blauwe angkot moet je hebben, die gaat naar Passo". Passo? Het zal wel, wij ingestapt. Na een kwartiertje in het bomvolle busje rijden zagen wij achter ons de stad steeds verder verdwijnen in de achtergrond. Dit kan nooit goed zijn. "Stop, stop, stop". Wij uitgestapt na het betalen van RP 6000. Achteraf bezien is Passo een dorp ver buiten de stad. En wij maar denken dat het de wijk van het hotel is. Aan de overkant weer een blauwe aangehouden en die heeft ons wel voor de deur van het hotel af kunnen zetten. In alle Indonesische steden rijden angkots. Het systeem van die busjes is heel eenvoudig, hand omhoog en instappen voor een vaste prijs per rit per persoon maar als je in de verkeerde kleur stapt dan gaat het mis. In Ambon rijden de groene busjes in Kota, de blauwe gaan naar het noorden en de rode gaan waarschijnlijk naar het zuiden. Dat weten we niet zeker omdat we deze kleur nog niet hebben gebruikt. Na het eten van een bord nasi goreng met kipsate, een boodschapje in de supermarkt en een warme douche zijn we in slaap gevallen. Morgen nog een dag in Kota Ambon. Drie honderd meter blijkt drie kilometer te zijn. 
Café Sibu Sibu
Met de becak terug naar af.
Onder: met de duitse indonesier naar de groene, blauwe en rode angkots.