Zondagcolumn.
Het is half zes en ik ben klaarwakker. Ik ga mijn mandje uit, zet de waterkoker aan voor een bakkie thee en loop naar buiten en werp een blik op het strand. Het is nog een beetje donker, recht voor me is de hemel grijs maar links zie ik de zon opkomen. Moedertje natuur heeft helaas weer een lading afval op het strand geworpen. De zee kabbelt, ik drink mijn thee op en schiet mijn Naikies aan. Het is inmiddels al licht als ik de eerste stappen zet richting de bergen van het Nationale Park. Onderweg om me heen kijkend denk ik aan een een leefgewoonte, eigenlijk meer woongewoonte, van de Balinees. De “Balai”. Dit is een houten bouwwerk van meestal 3x3 meter op vier palen, met een verhoogde bodem en een dakkie erop. Het is een ontmoeting, rust-, eet- en hangplek voor jong en oud. De vier hoekpalen dienen als steun in de rug. Het is een centrale ontmoetingsplek op het erf, de banjar (wijk) en in het dorp. Als men een huis gaat bouwen dan begint de bouw met het plaatsen van een Balai om te eten, koffie te drinken, te schuilen bij regen en om te rusten als ze moe zijn. Bij families wordt ie gebruikt als een soort woonkamer want de huisjes die op het erf staan zijn alleen om te slapen. Het dak is meestal van dakpannen maar ook van zinken- of asbestplaten. Soms als het budget wat groter is dan is het een verfraaid dak gemaakt van riet. Ik loop verder richting het mooi onderhouden dorp Ambyarsari. Een stuk voorbij de kerk sla ik linksaf en daar ontvouwt zich de prachtige natuur aan de rand van het regenwoud. Ik volg de weg naar Blimbingsari- en de Grojogan waterval aan de voet van het Nationale Park, ook wel aangeduid als het “Tropical Rainforest Bali Barat National Park”. Bij de watervallen aangekomen klauter ik op een paar rotsblokken en zie en hoor het water naar beneden klateren. Het is hier schitterend. De fluitende vogels begeleiden het water naar de langzaam stromende beek die in het weelderige struikgewas verdwijnt. Ik loop hetzelfde pad weer terug en sla linksaf naar Blimbingsari. Het valt me wel op dat dit een schoon dorp is. Er ligt niks van afval langs de weg met de bermen keurig gemaaid. Dus het kan wel! Ik heb inmiddels 12 km onder de zolen en ik ga weer richting Sumbersari. Nog 8 km en ik ben weer thuis. Onderweg in Melaya eet ik een banaan terwijl ik klets met een aantal vrouwen die kokosnoten van hun jasje ontdoen. Thuiswerk is een belangrijke inkomstenbron. Het was vandaag een wat langere loop maar zeer de moeite waard. En ik heb weer voor mij nieuwe weggetjes en plekjes ontdekt.
| de wandeling naar de Grojogan waterval |
| de kokosnotenvrouw |
| Bimblingsari |
| de waterval |
| een Balai met een ijzeren dak |
| de huisgeit |
| een Balai met een fraai dak |
| een Balai op het erf |
| Het pad naar de waterval |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten