Translate

Choose your language

Choose your language

Het weer op Bali


Een Cheetah in Kruger National Park
THE WEATHER ON BALI

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?
Wij zijn Henk en Jacqueline en wonen sinds 2012 op Bali. Wij gaan graag op ontdekkingsreis in en buiten Indonesie.

Welkom op ons blog

Welkom op ons blog

Aantal pageviews t/m vandaag

Aantal pageviews t/m vandaag

Totaal aantal pageviews t/m vandaag

Hot news

Een mijlpaal: Woensdag 23 december 2020
300.000 vieuws.

Translate our blog in your language

zondag 15 mei 2022

Terug naar Kupang

We gaan weer terug naar Kupang. Het waren een paar prachtige  dagen in Soe en Kefa. We willen de lokale bus nemen naar Kupang maar die gaat maar mondjesmaat omdat het zondag is en dan is bijna iedereen te kerk. Op Timor wonen merendeel protestanten en katholieken. Zondag is hier een echte rustdag. Na een dik half uur wachten aan de weg voor het hotel hebben we nog geen bus voorbij zien komen. Dan stopt er een auto met een gezin. We kunnen meerijden. Heel erg aardig van ze. Prima en we stappen in. De kinderen achter in de bak. Twee uur later zijn we terug in Kupang. We geven deze leuke mensen RP 100.000 wat de normale prijs is voor een ritje van Soe naar Kupang. We hebben een kamer geboekt in Hotel Aston aan Kelapa Lima met een waanzinnig uitzicht op zee. Vanmiddag lui en vanavond na de zonsondergang lekker eten in het restaurant. Morgen gaan we met de snelle boot naar Pulau Rote.

Het busje kwam niet, maar een auto wel.

De kinderen achter in de bak naast onze koffertjes. 
De kamer met een geweldig uitzicht.

Hotel Aston Kupang
De avond valt.

zaterdag 14 mei 2022

Tamkesi

Het is kwart over zeven in de avond.mHet is al donker. We rollen zo gaar als rendang (draadjesvlees) de kamer binnen. Vanmorgen extra vroeg naar de ontbijtzaal voor een lekker bordje rijst omdat de gids Jesri en zijn chauffeur om 07.30 aanwezig zullen zijn. Het wordt een lange dag vandaar een half uur eerder dan gisteren. Om half 8 komt er een appie van Jesri dat het een half uur later wordt omdat er een probleem is met de auto. Dus is het accuprobleem van gisteren niet verholpen. Het is 8 uur en daar zijn ze. Hannis stapt uit en loopt weg. Wij gaan in de auto zitten en Jesri kruipt achter het stuur. Dus wij vragen: “Wat is er aan de hand?”. Ja, Hannis gaat vandaag shoppen met zijn gezin en dus rijd ik. Heeft ie gisteren geld gevangen van ons, gaat hij het gelijk weer uitgeven en dan laat ie onze afspraak voor wat het is. Geld brand hier in de zakken. Dus dan hoeven wij hem niet te betalen? Dat is simpel, niet werken, geen geld. Jesri begrijpt het niet helemaal maar wel nadat ik het hem heb uitgelegd. We gaan weg…de accu doet raar maar start wel. Dat wordt wat vandaag.

Wij rijden in noordelijke via het dorp Niki Niki richting Kefamanau…kortweg Kefa. In Kefa slaan we rechtsaf naar de markt aan de rivier bij Maubesi. 103 km te gaan. We zijn er om 11.00 uur. We lopen daar wat rond en maken foto’s want voor ons is zo’n markt eigenlijk niks bijzonders. Er komt een meisje aangelopen met een grote gevulde witte zak. Zij heeft boodschappen gedaan en moet nu twee uur teruglopen. We nemen haar mee want we gaan toch naar het traditionele dorp Tamkesi en zij woont daar vlakbij. Het is 30 km over een erbarmelijk slechte weg. Eenmaal daar aangekomen parkeren we de auto voor het hek van het huis waar het meisje woont. Jacqueline deelt snoepjes uit en daarna gaan we te voet tussen koeienvlaaien door en over dikke keien omhoog naar het dorp Tamkesi. Het uitzicht is prachtig. We worden ontvangen door een jongen vrouw en haar neefje. Voor de rest is iedereen op het veld aan het werk. Het dorp Tamkesi is 600 jaar geleden gesticht en heeft 9 nederzettingen die tegen elkaar zijn gebouwd. Het gemeenschapshuis is dan ook gebouwd op 9 palen. Elke nederzetting heeft 1 tot 3 huizen. De afscheiding is een muur van op elkaar gestapelde stenen. Van de 9 zijn er nog 2 bewoond. De andere zijn verlaten. Deze bewoners zijn buiten het dorp gaan wonen omdat het dorp geen faciliteiten heeft zoals water en elektra. Water halen ze 1 km verderop beneden in het dal. Alles gaat te voet. Er woonden 26 mensen waarvan er 14 zijn vertrokken. Twee gezinnen met totaal 12 mensen wonen er nog. Het geluksgetal hier is 7 en dat betekent o.m. dat er 1x per 7 jaar het dak wordt vernieuwd en dat er 1 x per 7 jaar op de heilige berg achter het dorp een offer wordt gebracht d.m.v. een geit en een haan. De geit wordt geslacht en opgegeten en de haan wordt de vrijheid gegunt. We geven een donatie en we gaan weer, 300 meter naar beneden over grote keien. We stappen in…..de auto doet het niet. Een klein duwtje is genoeg. Weer terug over die vreselijk slechte weg. Eenmaal weer op de hoofdweg gekomen gaan we eerst maar een bordje rijst met ietwat taaie rendang en groenten eten in een Rumah Makan (eethuis). Klaargegeten en ja hoor…de auto start weer niet. Dan maar weer een duwtje en wegwezen. Het is inmiddels al een uur of drie en we moeten nog dik drie uur terugrijden. Onderweg parkeren we ergens de auto langs de kant van de weg om dan verder te lopen naar het dorp Taslulu bij Maubesi. Schoenen uit want we moeten 4x een riviertje oversteken. Eenmaal daar gekomen krijgen we uitleg over een oogstceremonie en het ritueel eromheen. Door onze vermoeidheid gaat het het ene oor in en het andere weer uit. Het is genoeg geweest voor vandaag. Terug door de rivier naar de auto. Weer start ie niet maar ik geef een duwtje en hij doet het weer. Wat een gedoe! Het gaat regenen en het wordt donker. Het is een lange weg terug maar de dag was weer mooi. Morgen gaan we weer terug naar Kupang.

De drie koningen van het regentschap Noord-Midden-Timor

Op de markt van Maubesi





Het meisje met de witte zak

De vreselijk slechte weg
Tamkesi






Door de rivier 

vrijdag 13 mei 2022

None en Boti

Na het ontbijt om zeven uur, nasi met groenten en kip….wat anders, gaan we naar twee traditionele dorpen. Het is half 8 en onze gids Jesri en zijn sjoof Hannis zijn er al. Na een half uurtje sociaal geleuter vertrekken we. We stappen in en Hannis tracht zijn auto starten. De dag begint lekker want de accu werkt niet mee. Maar na een aantal pogingen lukt het dan toch de auto aan de praat te krijgen. We roepen natuurlijk direct: “Hoe moet dat verder?”….”Geen probleem want er zijn altijd mensen die ons aan kunnen duwen”. Ehhhh bedenkelijk! We gaan…en in het dorp stoppen we bij een stalletje om betelnoten te  kopen want die moeten we als gift aanreiken aan de Kapala Suku (dorpshoofd). Dat zijn van die noten waar men rode tanden van krijgt en waarvan ze het rode sap uitspugen. Vandaar al die rode kwakjes op straat. We worden aangeduwd en vervolgen onze weg. Onze eerste stop is het koppensnellersdorp Benteng None. Na een klein uurtje zijn we er. Bij aankomst worden we gelijk gerust gesteld want het laatste hoofd dat ze afgehakt hebben was in 1942. Dit district van Timor bestond uit drie koninkrijken die elk hun krijgers hadden om hun rijk te beschermen tegen indringers van een ander rijk. Zodra er een vreemde krijger werd gevangen genomen werd zijn kop eraf gehakt en te drogen gelegd. De rest van het lijk werd ergens gedumpt. We worden heel vriendelijk ontvangen in de hut van de Kepala Suku. Een blinde man van rond de tachtig. We overhandigen de betelnoten, we praten wat en gaan verder de nederzetting in. Daar bij de poort worden we opgewacht door de zoon van het dorpshoofd. Hij gaat traditioneel gekleed ons meer vertellen over zijn dorp en zijn tradities. We ontmoeten een aantal van de 260 mensen die hier wonen. Naast een aantal hutten waarin de mensen wonen en koken staan er ook twee “Ume kbubu”. Hierin wordt de voorraad rijst en mais bewaard. Er staat ook een “Lopo” en dat is het open ontmoetingshuis met wel een dak erop. Na anderhalf uur gaan we weer. Onze volgende bestemming is het dorp Boti. De weg is redelijk tot aan het dorp Niki Niki. Daar slaan we af rijden we 30 km via een vreselijk slechte weg naar het dorp. Bijna anderhalf uur schudden en bonken. Eindelijk zijn we er. Hannis parkeert de auto en wij lopen met Jesri de weg af, een kilometer. Even later komt Hannis ook….met de auto. De poort wordt voor ons open gedaan en lopen naar het huis van de Kepala Suku. Hij is er niet maar we krijgen wel koffie met droog gebakken banaan. Lekker! We keuvelen wat met de gids en de broer van het hoofd die is aangeschoven en hij verteld ons dat zijn broer er niet is omdat hij 6 km verderop op het veld aan het werk is. Hij blijft daar met nog 5 anderen en komt volgende week terug. Zij gaan en komen te voet. Dit mooie traditionele dorp heeft 13 inwoners. Zeven hebben wij ontmoet en de overige 6 zijn dus aan het werk. Deze gemeenschap is volledig zelf voorzienend en wil niets met de overheid te maken hebben. Ze hebben ook een eigen ID-kaart die overigens wel overal wordt geaccepteerd. Niemand is gevaccineerd tegen Covid-19 omdat ze geen stof in hun lijf willen wat er niet hoort. Het is onnatuurlijk en tegen de principes van de gemeenschap. Alle kwalen worden behandeld met natuurlijke medicijnen die ze zelf maken. Wij zijn gelukkig wel 3x geprikt! Bij hoge uitzondering wordt er gebruik gemaakt van een ziekenhuis als er iemand heel erg ziek is. Wij zijn de eersten sinds twee jaar die dit dorp bezoeken. Het hoofd, de Kepala Suku, wordt aangewezen als hij nog een kleuter is. Hij mag niet naar school en mag het dorp niet verlaten. Hij is en blijft analfabeet en leert alleen de lokale taal spreken. Het huidige hoofd (rond de 50 jaar) is niet getrouwd en heeft geen kinderen. Het aangewezen toekomstig hoofd is de zoon van zijn broer. Op de foto’s is hij te herkennen aan zijn groene tshirt.

Als een man twee kinderen heeft mag er 1 naar school en de ander is en blijft analfabeet. Heeft hij vier kinderen dan mogen er twee naar school en twee niet. We lopen rond en ontmoeten de overige 7 inwoners. We worden uitgenodigd om naar binnen te komen en te gaan eten. De rijst, groenten, tomaten en krupuk staat klaar. Na de lunch gaan we nog even kijken bij één van de vrouwen die Ikat zit te weven. Naast haar zit een andere vrouw katoen te spinnen. We gaan weer terug naar het huis van het hoofd en we nemen na het geven van onze donatie, afscheid. Maar voordat we het huis verlaten krijgen we nog een geweven armbandje om gebonden als aandenken van ons bezoek. We worden uitgezwaaid en we beginnen aan de terugweg over dezelfde slechte weg. Weer schudden en bonken maar we kunnen onderweg wel mooie foto’s maken. Anderhalf uur later zijn we terug in het hotel. Een geweldige dag! Morgen gaan we nog een dag op stap met Jesri en Hannis.

Betelnoten

De toegangspoort van None

Andreas, zoon van de Chief
De Kepala Suku van None













donderdag 12 mei 2022

Naar Soe

Gisteravond was een klein feestje omdat geen rijst hoefden te eten. We vonden een goed restaurantje La Moringa. Hier worden alle recepten bereid met ingrediënten van de Moringaplant of boom.

De peperwortelboom is een boom uit de familie Moringaceae. De soort komt vooral voor in tropische en subtropische gebieden met een steppeklimaat. Moringa oleifera staat ook wel bekend als de 'wonderboom' vanwege de hoge voedingswaarde en medicinale eigenschappen van de bladeren en vruchten van de boom.

Wij hebben genoten van een heerlijke Moringapasta met gebakken spekkies.

Het is alweer donderdag en na het ontbijt gaan we naar Soe. Een auto naar deze hoger gelegen plaats vertrekt van de Jalan Raya Timor. Vanaf het Guesthouse bestellen we een Grab die ons daarheen brengt (5 km). De sjoof van de Grab stopt bij een auto met wat rondhangende gasten. Als ie vol is dan gaat ie. Inclusief de sjoof zitten we er met z’n zevenen in. Het kost RP 50.000 pp en extra RP 50.000 voor de koffertjes want die nemen ook één zitplaats in. We vertrekken en al gauw blijkt dat we een Max achter het stuur hebben. Op de rechte stukken het gas erop en zo laat mogelijk remmen voor een bocht en die zijn er heel wat tot aan Soe. Jac. zegt tegen de sjoof dat de AC wel aan mag…..”oke” en laat alle vier de ramen zakken! “AC alam”! (natuurlijke AC). Het is tegen elven en de sjoof zet ons af bij Hotel Bahagia. De standaardkamer met een dun bed en geen AC en geen waterkoker voor een eigen bakkie leut, doen we niet. We nemen een luxe kamer want we blijven hier 4 nachten. Een prima kamer met een lekker bed en en warme douche. Het is schoon behalve het doucheputje die hebben we wel ff laten schoonmaken brrrrr. Binnen vijf tellen stonden er vier man klaar om dit klusje te klaren. Ééntje had genoeg geweest. De middag is voor de broodnodige rust. Morgen gaan we op pad met Jesri die ons naar twee traditionele dorpen gaat brengen. Hij is leraar engels en is in zijn vrije tijd gids. Om naar deze dorpen te kunnen heb je een gids nodig.

Pasta Moringa

Met Max naar Soe

Hotel Bahagia Dua in Soe