![]() |
ik hang hier al een tijdje... |
Translate our blog in your language.
Op 28 april a.s. naar de FILIPIJNEN
Wie zijn wij?
Wij zijn Henk en Jacqueline en wonen sinds 2012 op Bali. Wij gaan graag op ontdekkingsreis in Indonesie en andere landen in Azie
Welkom op ons blog

TAB Indeling
Aantal pageviews t/m vandaag
Aantal pageviews t/m vandaag
Totaal aantal pageviews t/m vandaag
Hot news
Een mijlpaal:
Woensdag 23 december 2020
300.000 vieuws.
Translate our blog in your language
maandag 30 december 2013
onderweg gekiekt
Een prachtige dag. Het is al enige dagen droog en zonnig. Het gras droogt alweer uit en de modder is weer omgetoverd tot stof. Het is wachten op de volgende regen. De temp. is om drie uur in de middag 32 graden en er staat nauwelijks wind.
zaterdag 28 december 2013
toch anders...
Geen zuchtje wind. In de tuin is het soms te warm. Dan lopen
we 75 meter naar zee en gaan met Madé, onze trouwe Balinese viervoeter, zitten
op het stoepje van de strandpoort. Heerlijk! Een klein briesje van zee dat het
verhitte lichaam enigszins “afkoelt”. Ik zit met mijn knieën gevouwen onder
mijn kin, een positie die me doet kraken als ik weer opsta. Ik kijk naar links en
dan zie ik een prachtig mooi breed strand enigszins verminkt door de
aangespoelde rotzooi. We horen de vissersbootjes pruttelen.
De golven van de
Indische Oceaan slaan om als wimpers op natte ogen. Wat een schoonheid. De
zweetdruppels op mijn voorhoofd en rug drogen op. Mijn gedachten dwalen af naar
Holland waar het nu koud en nattig is. De Kerst is weer voorbij en oud-en-nieuw
komt eraan. Als dat voorbij is gaat men weer snakken naar de lente. We moeten
er niet aan denken om daar nu rond te lopen met een dikke jas aan, sjaal om in
een zelfgebreide trui. Oef…. en dan ook nog die koude tenen die alleen maar
kunnen ontdooien met het innemen van een glas glühwein. Glühwein? Jeetje dat is
lang geleden. Als ik nu zo’n dampend glas voorzichtig blazend naar binnen werk
dan ben ik de gehele week in de gloria. Nee laat maar…..we zijn de alcohol toch
een aardig ietsje ontwend. Behoudens af en toe een Bintang (biertje) drinken we
zelden nog alcohol. Als we naar rechts kijken zien we Java liggen. We horen de
vissersbootjes pruttelen. Een prachtig eiland waar vele Hollandse roots te
vinden zijn in o.m. Bandung, Bogor, Jakarta en Surabaya. Een plek met veel
landschappelijke schoonheid aangetast door armoede. Dit is overduidelijk waar
te nemen vanuit de schitterend treinreis door midden Java. Ook in Holland is
armoede maar toch anders dan hier. Mijn gedachten dwalen weer af maar nu naar
Spanje, ons eerste emigratieland. Ook
daar is door de crisis armoede maar toch anders dan hier. In España is het ook
winter maar toch anders dan in Holland. Meer zon en niet zó koud en nat. Ook
daar is de Kerst voorbij en komt oud-en-nieuw. Dan snakt men weer naar de zomer.
Toch anders dan de Hollandse lente. De
Spanjaarden zitten regelmatig in een restaurant aan de “Cordero al horno”
(lamsvlees uit de oven). En om de smaak van dit lekkers te verrijken schenkt
men een fles van onze lijfwijn “Campo Viejo”.
(een geweldige rode uit de Rioja).
Toch anders dan boerenkool met worst en een glas melk. En als men ons vraagt wat we missen dan is het niet die
boerenkool, ook niet de HEMA-worst, geen drop, ook geen hagelslag, ook geen
frikandel maar wel zo’n heerlijk glas wijn. Dat te drinken met zeer oude hollandse
boerenkaas ,gesneden in blokjes zonder prikker. Martin Luther King zei eens “It
is a dream”. Leven op Bali is een uitgekomen droom. Zo’n fles goede wijn was
geen droom maar is het nu wel. Maar dromen zijn er om uit te laten komen dus
ook die fles “tinto” zal zeker weer op tafel komen als we over een paar jaar
Spanje bezoeken. Onze gedachten, de golven slaan nog steeds om, de
vissersbootjes pruttelen nog steeds, verdwijnen zachtjes naar van alles…….we
slaan de ogen open en we laten een teug heerlijke zelfgemaakte mangojuice in
ons keelgat glijden. Ook lekker maar toch anders!zaterdag 21 december 2013
terug naar huis
Ik rij nog een klein stukje door voorbij het politiebureau en stuur mijn Suzuki het parkeerterrein op bij de toko waar ik mijn schroeven koop. De parkeerwachter knikt en ik stal mijn ijzeren ros onder een boom naast de anderen. Wij noemen deze parkeerwachter altijd “oogje” omdat zijn rechteroog troebel is en wij vrezen dan ook met grote vrees dat hij met dat oog heel weinig tot niets kan waarnemen.
![]() |
de parkeerwachter |
Ik plant mijn helm op de rechterspiegel en ga de toko binnen. Bij “Kawi Jaya” is werkelijk van alles te koop. Vooral voor gereedschappen en aanverwante artikelen is dit een goed adres. Eén van de meisjes komt naar me toe en vraagt wat ik nodig heb. Ik leg haar uit dat ik 50 schroeven wil. Voor mijn en haar gemak heb ik een voorbeeld meegenomen. De schroeven worden uitgeteld en in een plastic zakje gedaan. Het uitgeschreven bonnetje wordt aan de baas doorgegeven die het controleert en uitrekent.
Voor de prijs wordt één van de vele mappen geraadpleegd want er wordt geen elektronische kassa
gebruikt. De tafel ligt vol met bonnetjes , boekjes, mappen en nog veel meer
papiertjes. Tegen het wegwaaien, als de ventilator op volle toeren draait,
liggen er overal moeren en andere ijzeren voorwerpen op de stapeltjes papier.
Ik moet afrekenen RP 6500. Ik ga naar buiten en neem de benenwagen naar de
dichtbijgelegen “pasar” om twee kilo Mangas Golek te kopen. Niet ver de markt
op zit een heel aardige vrouw die ook voor mij de normale prijs hanteert: RP
8000 de kilo. Met mijn twee kilootjes loop ik terug naar “oogje”, geef hem een
briefje van 1000 roepias want dit is de vaste parkeerprijs voor motoren, start
mijn motor, zet de helm op en ik ga rechtsaf en weer rechtsaf de hoofdweg op om
Negara te verlaten. Aan het einde van de hoofdstraat ga ik rechtsaf en stuur
een smal weggetje op naar de rijstvelden. Terwijl ik mijn helm afdoe en die aan
het haakje van het stuur hang, stort ik me in de prachtige natuur. Er is
vandaag weer veel beleving. Een klein stukje verderop loopt een eendenhoeder
die zijn groep eenden loslaat op een zojuist onder water gezet rijstveld. Eerst
de opruimende eenden erop en dan later wordt het omgeploegd en klaargemaakt
voor de nieuwe plant. Ik ga weer de twee bruggen over richting Yehkuning. Links
in de berm langs een gisteren aangeplant rijstveld staat een fiets, niet
blinkende van nieuwigheid, met aan het stuur een “capil”. De berijder van deze tweewieler wenst
blijkbaar niet mee te doen aan het gemotoriseerde verkeer.
Aan de rechterkant
zijn ze volop bezig met het planten van jonge rijstplantjes. Een tiental
werkers die de gehele dag met de kont omhoog vastgezogen staan in de
blubber.
Met respect sla ik dit tafereel van de hardwerkenden gaande.
Na een tiental minuten rij ik verder en ga twee keer rechtsaf en nog een
keertje links-en rechtsaf de poort door en ik ben weer thuis waar Madé me kwispelend op staat te
wachten. De lucht dreigt met donkere wolken maar ik ben op tijd binnen. Het begint te regenen. De koffie staat klaar.
Abonneren op:
Posts (Atom)