SPANJE



Zie in de linkerkolom het hoofdstuk "LABELS"
Hier zijn diverse verhalen te lezen over Spanje.


================================================================

Spanje -  de democratie

Op 22 november 1975 werd koning Juan Carlos beëdigd. Hij effende tot ieders verrassing meteen de weg naar een parlementaire democratie die via een aantal referenda langs wettelijke weg werd gerealiseerd. De laatste premier van Franco, Arias Navarro, werd opgevolgd door Adolfo Juarez die de periode van overgang ("transición) begon. Alle burgerlijke vrijheden werden weer toegestaan, ballingen keerden terug en verboden partijen als de socialistische en de communistische werden gelegaliseerd.
In 1977 werden voor het eerst sinds 1936 weer vrije parlementsverkiezingen gehouden die werden gewonnen door de UcdD, Unie van het Democratisch Centrum, onder leiding van premier Suarez. Tweede partij werd de PSOE onder leiding van Felipe González

De nieuwe grondwet van 1978 maakte van Spanje officieel een parlementaire democratie. Ook de verkiezingen van 1979 werden gewonnen door de partij van Juarez en begin jaren tachtig werden eerst Catalonië en Baskenland en daarna alle andere regio's autonoom. De ETA van Baskenland wilde echter meer en zette dat kracht bij met meer aanslagen. Ook in het leger waren er bepaalde elementen tegen de verdergaande democratisering. Op 23 februari 1981 volgde er een poging tot een militaire staatsgreep onder leiding van een kolonel van de Guardia Civil, Tejero. De poging mislukte doordat koning Juan Carlos, als opperbevelhebber van de strijdkrachten zich krachtig verzette tegen deze couppoging.



===================================================
Het Spanje van Franco:


Franco was een alleenheerser die gesteund werd door de enige toegestane politieke beweging, de rechtse Falange, en door het leger en de kerk. Het zogenaamde "franquisme" wilde maar een ding: de herleving van het katholieke Spanje in zijn oude glorie en het afzweren van alle krachten en binnenlandse en buitenlandse vijanden die die oude glorie hadden laten verdwijnen. Dit gebeurde niet al te zachtzinnig en trof o.a. Catalanen, Basken en arbeidersbewegingen.
Het sociaal-economisch leven werd beheerst door verticaal georganiseerde syndicaten naar fascistisch-corporatief model, maar veroorzaakte lange tijd armoede, honger, corruptie (zwarte markt), economische stagnatie en cynisme. Economisch bereikte Spanje pas in 1956 weer het peil van 1936. Alle illegale organisaties en ballingen konden het regime niet serieus bedreigen.

In de Tweede Wereldoorlog steunde Franco Duitsland en Italië, aan wie hij zijn overwinning in de Spaanse burgeroorlog mede te danken had. Spanje zelf werd geen oorlogsgebied; wel nam een vrijwilligersleger, de Blauwe Divisie, deel aan de strijd tegen de Sovjet-Unie.
In 1943 al benoemde hij de monarchist Jordana als minister van buitenlandse zaken en in 1947 herstelde hij formeel de monarchie zonder een koning te benoemen. Na 1945 kwam Spanje in een isolement terecht en het Franco-bewind werd door de Verenigde Naties veroordeeld. Pas halverwege de jaren vijftig kwam Spanje uit dit isolement door de toetreding in 1955 tot de Verenigde Naties en in 1959 tot de OEES, de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking, de voorloper van de OESO. Economisch ging het vanaf 1953 weer wat beter door een aantal economische verdragen met de Verenigde Staten. De Spaanse koloniën Marokko, Spaans-Guinea (nu: Equatoriaal Guinee) en Spaans Sahara (nu: Westelijke Sahara) werden in respectievelijk 1956, 1968 en 1975 zonder veel strijd opgegeven. De kleinzoon van Alfons XIII, Juan Carlos de Bourbon, werd in 1969 door Franco tot zijn opvolger aang
ewezen. Juan Carlos werd zelfs onder toezicht van Franco opgevoed.
In de jaren zestig veranderde de Spaanse samenleving door een toestroom van buitenlands kapitaal, de opkomst van het toerisme en door de Spaanse gastarbeiders die veel geld mee naar huis brachten. Door al deze ontwikkelingen namen industrialisatie en verstedelijking sterk toe en groeide de economie voorspoedig. Door de modernisering werd de invloed van de Falange en het systeem van de syndicaten steeds minder belangrijk.
Ook binnen het regime van Franco werd steeds meer gestreefd naar liberalisering van het systeem. Zo bezette de modernistische rooms-katholieke lekenorganisatie Opus Dei belangrijke economische regeringsposten en kwamen nieuwe oppositiebewegingen opzetten. In Catalonië leefde het nationalisme weer op en in het Baskenland bond een nieuwe bevrijdingsbeweging, de ETA, de gewapende strijd aan met de gevestigde orde. Vele terreuraanslagen zouden volgen en het regime trad zeer hard op tegen d
e ETA en andere terreurgroepen
In 1973 werd premier Carrero Blanco, de tweede man van het regime achter Franco, gedood bij een aanslag van de ETA, en op 20 november 1975 overleed dictator Franco zelf.

Geen opmerkingen: