woensdag 25 april 2018

De buffels van Nagara

Maandag 23 april 2018
De dag kriekt om vijf uur. De kippen kakelen en de haan kraait. Het leven van de Dayaks komt al op gang. We blijven nog een uurtje verkrampt liggen en staan dan toch maar op. Ondanks de vermoeidheid hebben we niet al te best geslapen. Wij zijn dat ook niet gewend om op een matje te pitten. Het lijf voelt niet echt soepel aan. De gids Tailah  en zijn maatje Samuel zijn ook al wakker. We poetsen de tanden vanaf het terras bij de deur en kleden ons aan. De natte kleren van gisteren zijn nog steeds nat. De natte broek gaat weer aan met een een droog shirt. Onze schoenen ook nog nat en blubberig maar met droge sokken voelt het minder vies aan. Op het terras van de familie eten we een boterham en drinken een bak thee en pakken daarne onze rugzak en gaan weer. We worden uitgezwaaid door de vriendelijke Dayaks.
We lopen in een uurtje of twee, over verharde paden en twee hangbruggen, naar de plek waar het bamboevlot al klaar ligt. Ook Yani met de auto staat daar te wachten. We kunnen onze rugzakken in de auto leggen want we worden natuurlijk zeiknat. 
We gaan met z’n drietjes op het bamboevlot zitten en vertrekken. De eerste stroomversnelling komt eraan en de stuurman moet flink aan de bak met zijn stuurstok. Het water spoelt over het vlot. Ons zitvlees voelt al nat aan. De natuur is prachtig. Na een uurtje of drie over de rivier zijn we bij het einde. Hier vlakbij woont de stuurman van het vlot. We zijn lekker nat en lopen een tiental minuutjes. Wij trekken droge kleren aan en gaan op de grond zitten met een verse bak thee. Zijn vrouw heeft gekookt. Het smaakt goed. Yani met zijn auto is er ook al.  Ik vraag aan de stuurman hoe hij het vlot weer terug brengt. Hij brengt het niet terug. Hij verkoopt het gewoon als bamboe. Op de plek waar wij vertrokken zijn maakt hij een nieuw vlot. Handig en slim!  Na het het eten in de auto. We rijden naar Nagara. Het is twee uur rijden. 
Aangekomen in Nagara nemen we eerst een bak thee in een warung bij de haven. De klotok (boot) komt zo. Het gebied rondom Nagara is moeras. Bijna alle huizen zijn gebouwd op palen. Men leeft op of aan het water. We stappen op de Klotok en pruttelen Nagara uit naar het Danau Rawa.
Links en rechts zien we het dagelijkse leven aan de oevers van de rivier. Na een uur varen zijn we midden op het meer. Hier staan acht stallen op palen. In het meer grazen elke dag de Karbouws (waterbuffels). We zien al een groep grazen en zwemmen. Tegen het einde van de dag om een uur of vier komen ze terug naar hun stal. Voorop zwemt de leider en de rest volgt. Ze weten precies welke stal van hun is. Ze klimmen erop en kauwen verder op hun dagelijkse maaltje. Ze eten vooral waterhyacinten. Daar blijven ze de gehele nacht en morgenvroeg gaan ze weer voor een hele dag het water in. Het is prachtig om te zien hoe ze op hun instinct naar hun stal zwemmen. Eenmaal bij de stal klimmem ze allemaal op de stal behalve de leider. Die wacht tot iedereen op het droge staat en dan klimt hij erop. Idereen weer veilig binnen! We varen terug naar Nagara. We leggen aan, pakken onze spullen en vertrekken voor de terugreis naar Banjarmasin. Eerst rijden we via Kandangan naar Martapura (4 uur). Daar eten we nasi goreng en rijden door naar Banjarmasin (2uur). Om 23.00 uur zijn we in het hotel. Morgen verkassen we naar een ander hotel vlakbij de rivier.




Geen opmerkingen: