maandag 22 mei 2017

De hangbrug

Zaterdag 20 mei 2017
We lagen gisteravond erg vroeg plat. En dan bedoel ik echt plat. Een dun laagje schuimrubber op de vloer was onze ondergrond. En natuurlijk konden we de slaap niet vatten op zo'n harde ondergrond. Gedurende de nacht en de vroege ochtend was het ook nog eens erg koud voor onze begrippen. Het regende en het was denk ik een graad of zes. Alle kleding die we aan konden doen hadden we aan. En dan ook nog vier dekens over ons heen. Deze dekens hebben we zelf meegebracht. En toch zijn we in slaap gevallen ondanks pijnlijke heupen en de kou. Om zeven uur eruit. Het ontbijt is een restje "ubi" van gisteravond en een kop thee. Kwart over acht werden we uitgezwaaid door de vrouw van William. Hijzelf was druk aan het werk op het veld tussen de wortelen en de uien. Eens per week lopen ze met de oogst naar Wamena om het op de markt te verkopen. Met het geld van de verkoop kopen ze weer bakolie, suiker, eieren, koffie en andere dingen. 
We lopen van Kelise naar Hehundis. Daar op de stoep van een klein kerkje eten en rusten we wat. De eerste twee uren zitten erop. We lopen over smalle paadjes. Soms is het steil omhoog. Het is flink klauteren. Het is vrij zwaar en niet te onderschatten. Na een klein stukje "vlak" slaan we links af naar beneden. Een rotsig steil pad brengt ons in een uur naar de Baliem rivier die we al hadden gezien van bovenaf. We vervolgen het smalle en soms glibberige pad langs de rivier. Daar doemt een traditioneel gebouwde hangbrug op die ons over de kolkende rivier naar de overkant moet brengen. Deze brug hangt tussen houten palen op de oever. Op de laatste dag krijgen we nog een brug te verteren maar die hangt tussen betonnen pilaren. Het is geweldig om over deze wiebelende brug naar de overkant te lopen. Ook Jacqueline met haar hoogtevrees heeft 'm overwonnen dankzij de hulp van Pimius en Panus. Na de brug weer steil omhoog richting Syokosimo. Onderweg liggen een aantal traditionele kampungs met hun rietbedekte ronde huisjes. Er is niemand te zien. We komen weinig locals tegen. We lopen een lang pad af langs een afgrond. In de diepte ligt de rivier. Aan het einde klimmen we een over een hek en dalen af over een steil en glad pad. Onderaan ligt er een waterval met vers drinkwater. Panus helpt Jacueline naar beneden. Hij zegt dat er iets in haar schoen zit, de concentratie verslapt en hup daar liggen ze samen in het struikgewas. Gelukkig geen letsel. Lachend gaan ze verder. Daar is de waterval. We moeten over een aantal rotsblokken naar de overkant. Het is glibberen maar eenmaal daar nemen we onze rust en genieten van het klotsende water en de omliggende natuur. Het is schitterend! Na deze rustpauze gaan de rugzakken weer op en gaan weer erg steil omhoog. Het is vrij zwaar. Doorgezweten komen we boven. Het is inmiddels tegen enen en we lopen in een half uurtje naar onze slaapplek. We hebben er bijna zes uur en weer 35 km lopen opzitten. Aan de rand van een groot grasveld staat een school en het huis van de "guru" (onderwijzer). In zijn huis heeft hij een kamer voor ons en daar mogen we slapen op een heus bed met een dun matras. We zijn alle vier erg moe en we zijn toe aan een bak koffie. De vrouw des huizes heeft water gekookt. Zij het water en wij de zakjes koffie. Het smaakt prima. Om een uur of vier worden we verwend met bananen en ook nog een bord rijst met groenten. Rijst is bijzonder omdat dit te voet uit Wamena gehaald moet worden. Rijst wordt niet verbouwd in de Baliemvallei. Het klimaat is daarvoor niet geschikt. Kinderen lopen in en uit. Ze krijgen van ons een snoepje. De ouderen komen een sigaret bietsen. De hoogste tijd voor een "mandi". Een emmer ijskoud bergwater staat op ons te wachten naast het poepgat. Dat wordt een frisse en snelle wasbeurt. We zijn er wel aan toe want de frisheid is er na twee dagen wel van af. Ons luggie is nog niets vergeleken bij die van Panus en Penius. Ondanks de dikke eeltlaag onder op zijn voeten heeft Panus toch een dikke blaar. Niet zo gek hoor maar het is een harde! Ik vroeg vandaag nog of ie eigenlijk wel schoenen heeft. "Jazeker, voor naar de kerk maar dan doen mijn voeten wel erg pijn". Ook zijn schouders zijn aangetast van het dragen van de grote rugzak. 
Tegen het donker worden wordt nog een bord met "ubi" voor ons neergezet. Eigenlijk hebben we geen trek omdat het bord rijst nog lang niet is verteerd. Uit respect nemen we wel een paar stukjes en de rest bewaren we voor morgenochtend bij de popmie. Jacqueline neemt eem paracetamol tegen de opkomende hoofdpijn. Panus ziet dat en heeft ook direct hoofdpijn en vraagt om zo'n snoeppie. Geen probleem asjeblieft. Het hoort er allemaal bij. Morgen een trek van 5 uurtjes via Ugem en Ikinim naar Seima.













Geen opmerkingen: