zondag 11 januari 2015

Gekleurd Kota Ambon

De middag van 10 januari 2015.
We slapen in Hotel Sea. We zoeken de ligging van het hotel in Ambon op via internet. Er staat geschreven.....op 0,3 km van de stad". Het is de helft goedkoper dan andere vergelijkbare hotels in Ambon Kota en toch dichtbij. We gaan naar Café Sibu Sibu. We vragen langs de kant van de weg aan een vrouw in een warung hoever het lopen is naar "kota". "Ohhhhh dat is te ver". Met de gedachte dat het voor de locale luie bevolking altijd te ver is, vragen we het nog een keer aan een andere Ibu. "Hoe ver is het naar "kota"?. "Ohhhh dat is heel ver, zeker 1 kilometer, je kan beter de angkot nemen". Even later stopte er een groene angkot en wij zijn ingestapt. In dit busje zit ook een vrouw die pindarotsjes zonder chocolade maar met camarel verkoopt. Wij kopen er twee. Duizend roepias per stuk. Als tegenbeloning brengt zijn ons vanaf de markt wel naar een andere angkot die ons verder kan brengen naar de straat van Sibu Sibu. Zij uitgestapt, wij uitgestapt en haar achterna. Sluipend en kruipend, vaak linksaf, vaak rechtsaf door de overdekte markt? Als je de weg weet is het allemaal erg gemakkelijk. Voor ons een groot ondoordringbaar doolhof. Na een minuut of tien kwamen we bij de angkotterminal. Veel busjes op een modderige terrein in de kleuren rood, groen en blauw. Zij heeft ons naar weer een groen busje gebracht en die heeft ons na vijf minuten rijden afgezet bij Sibu Sibu. Tijd voor de koffie. "Kopi Sibu met kenaricake". Lekker, doe maar. Inmiddels is het tegen vijven. "We lopen wel terug want zover is nou ook weer niet". Dat even lopen liep even anders. De eerste dag in een grote stad is altijd de dag van de orientatie en dat hebben we geweten. Op gevoel, de kaart lag in het hotel, hebben we een richting genomen. Ongeveer goed maar later hebben we het toch maar aan een "becakrijder" gevraagd. "Ohhhh dat weet ik wel, stap maar in voor RP 20.000. "Oké doen we maar dan voor RP 15.000". Wij ingestapt en op het gemakkie stijf tegen elkaar in de krappe becak rondkijken terwijl hij zich de krampen fietste. Maar gaan we nu wel de goede kant op naar het hotel? Wij weten het niet maar hij ook niet liet hij blijken door te glimlachen met het zweet op z'n voorhoofd. Een klassiek voorbeeld van een Indonesiër die geen nee kan zeggen. Dat zal zijn vrouw, als hij die heeft, leuk vinden. Toen het beginpunt weer in zicht kwam zijn we maar uitgestapt en hebben hem het geld in de handen gedrukt. Terug bij af! We zijn toen maar teruggelopen naar de angkotterminal en daar kwamen we een duits sprekende Indonesiër tegen en die wist wel waar de angkot staat naar de straat van het hotel. Hij voorop en wij er achteraan. "Deze blauwe angkot moet je hebben, die gaat naar Passo". Passo? Het zal wel, wij ingestapt. Na een kwartiertje in het bomvolle busje rijden zagen wij achter ons de stad steeds verder verdwijnen in de achtergrond. Dit kan nooit goed zijn. "Stop, stop, stop". Wij uitgestapt na het betalen van RP 6000. Achteraf bezien is Passo een dorp ver buiten de stad. En wij maar denken dat het de wijk van het hotel is. Aan de overkant weer een blauwe aangehouden en die heeft ons wel voor de deur van het hotel af kunnen zetten. In alle Indonesische steden rijden angkots. Het systeem van die busjes is heel eenvoudig, hand omhoog en instappen voor een vaste prijs per rit per persoon maar als je in de verkeerde kleur stapt dan gaat het mis. In Ambon rijden de groene busjes in Kota, de blauwe gaan naar het noorden en de rode gaan waarschijnlijk naar het zuiden. Dat weten we niet zeker omdat we deze kleur nog niet hebben gebruikt. Na het eten van een bord nasi goreng met kipsate, een boodschapje in de supermarkt en een warme douche zijn we in slaap gevallen. Morgen nog een dag in Kota Ambon. Drie honderd meter blijkt drie kilometer te zijn. 
Café Sibu Sibu
Met de becak terug naar af.
Onder: met de duitse indonesier naar de groene, blauwe en rode angkots.

Geen opmerkingen: