woensdag 28 mei 2014

Terug op Bali

DIT REISVERSLAG VAN ONZE REIS OVER DE EILANDEN VAN NUSA TENGGARA BEGINT BIJ DE LAATSTE DAG EN EINDIGT BIJ DE EERSTE DAG.


We zijn weer thuis van een prachtige reis over de Sunda Eilanden. Eergisteravond hebben we nog genoten van een zalige Soto Ayam. Gistermorgen zijn we met Wings Air vertrokken uit Tambolaka naar Denpasar. Tijdens het wachten op het vliegtuig gebeurde er weer iets waarvan onze monden ver open gingen. Wij checkten onze rugzakken in en een incheckbali naast ons kwam een kerel aangelopen deed zijn holster met pistool af, legde het pistool en kogels op de desk en checkte het in. Werkelijk niet te geloven! Jan onze oude buurman heeft ons opgehaald op het vliegveld en om een uur of zes waren we weer in Yehkuning. Jan hartstikke bedankt! En wij gaan plannen maken voor onze volgende reis.
Soto Ayam klaargemaakt op z'n Sumbanees
hij checkt zijn pistool en kogels in....ongekend!
met Wings Air naar Denpasar
onderweg van Sumba naar Bali

maandag 26 mei 2014

Tambulaka (Sumba)

Vroeg te bed betekent ook vaak vroeg wakker. En dat was ook zo. Na het karige ontbijtje de rugzakken gepakt en met de kleine bemo, gevuld met kogelharde zwaar bassende muziek, naar het busstation. We verlaten Waikabubap weer en gaan naar onze laatste stop op Sumba en dat is Tumbalaka. Het busstation hebben we niet gehaald want ergens in het stadje in een erg drukke straat stond een grote bemo klaar om naar Tambulaka te gaan. Dus snel de ruzakken op het dak en gaan met dit bussie, gevuld met kogelharde zwaar bassende muziek. Ongeveer halverweg werden we opgehouden door een politie controle. De chauffeur stapte snel uit en liep richting de agent met wellicht een poging om geld toe te schuiven want (achteraf) de papieren waren niet in orde. De belasting was niet betaald. Het bussie moest aan de kant en die ging dus niet verder. Afrekenen en eruit. Wij moesten RP 10.000 pp betalen. Een meisje naast mij gaf RP 5000 aan de bijrijder. Ik zei: " Hé hoe zit dat?" Hij gaf me direct het verschil van RP 5000 pp terug. Weer zo' rat die toeristen wil naaien. Helaas voor hem!  Dus iedereen eruit. Wij ook en met de backpacks naar de weg om een andere bemo op te vangen die ook naar Tambulaka ging. En ja hoor daar stond ie al. De zakken op dak en wij schoven geruisloos het bussie binnen. Jac. op de achterbank en ik met één bil op een bankje en met de andere bil hangend in het gangpad. Volgepakt (Jac. telde er 23) en met nog drie man hangend aan de buitenkant ging dit busje, gevuld met kogelharde zwaar bassende muziek, naar Tambulaka. Hier hebben wij een onderkomen gevonden (Hotel Sinar) voor RP 175.000. De kamer is niet slecht maar een groepje bouwvakkers zijn stevig aan het hakken. Voor onze broodnodige "siesta" is dit storingsfactor 9. We hebben nu een andere kamer helemaal aan de andere kant van het grote gebouw want hier zijn 80 kamers. In dit gedeelte verblijft niemand dus lekker rustig. Na het vernietigen van een zevental kakkerlakken hebben we onze rust alsnog kunnen nemen. De kamer is prima. En bedden zijn ook prima. En de koude douche is ook prima. We hebben wel rottere kamers meegemaakt. Morgenochtend naar het vliegveld pakken we een bemo die ook wel weer gevuld zal zijn met kogelharde zwaar bassende muziek. Op naar Bali!
Het gekrioel in het hart van Waikabubak
Geen belasting betaald. Allemaal eruit en naar de volgende.
Het volgende slachtoffer?
Dit was het tweede bussie maar het derde bussie was nog veel voller.
Onder: een blik op de markt van Tambulaka

zondag 25 mei 2014

Pantai Marosi (Sumba)

Hetzelfde als gistermiddag. Het komt met bakken uit de hemel. Of dit bij Sumba hoort weten we niet.
Vanmorgen om half negen stond de auto klaar om met ons een rondje ten zuiden van Waikabubak te maken. Met de baas van het hotel afgesproken: de gehele dag voor  RP 500.000. Allereerst via Taramanu naar het traditionele dorp Waigalli. Dat zag er hetzelfde uit als de dorpen die we gisteren te voet hebben bezocht. Allemaal aardige mensen die ons proberen allerlei houten beeldjes te verkopen en knorrende varkens in het onderhuis. Dan naar het geisoleerd gelegen dorp Praigoli. Lastig om daar te komen was het wel maar het dorp oogde inmiddels erg bekend met de traditionele puntige daken bedekt met palmbladeren. Daar een beetje rondgelopen, onze namen in het gastenboek geschreven en wat roepias gedoneerd, en weer weg. Genietend van de prachtige natuur met regelmatig een vergezicht, reden we langzaam naar het schitterende strand Pantai Marosi. Goudgeel grof schelpachtig zand sierde deze mooi plek met aangrenzend de azuurblauwe zee met een paar tot aan hun middel in zee staande vissers. Terug naar de auto. En ja hoor! Weer werden we geprobeerd een oor aangenaaid te worden. Het  was 12.00 uur en de chauffeur zei "Pulang". En dat betekent "naar huis", weer terug naar het hotel Waikabubak want dit was het. Onze nekharen gingen weer vet overeind. Stoicijns zei ik netjes in het Bahasa Indonesia dat het goed was want we hadden het toch wel gezien maar dat we wel maar de helft van de afgesproken prijs betalen. Daar was ie niet blij mee. Terug bij het hotel hebben we hem RP 350.000 Roepias in zijn handen geduwd. Even later kwam ie met de telefoon in zijn handen naar ons want hij had de hotelbaas gebeld. Nou jammer dan, die hoeven we niet te spreken. Hij startte de motor en weg was ie. Waikabubak is een stoffig stadje waar niet veel valt te beleven. Het merendeel is christelijk en houdt de zondagse rust in ere. Bijna alles gesloten en het is zelfs kastig om wat te eten te vinden. Het mooie van deze plek zijn de omliggende traditionele dorpen. Het heeft twee geldautomaten en dat kan niet elk dorp zeggen. Lopend door de straten werden we bestookt met " Hey mister, hey mister, hey mister". Blijkbaar zijn dit de eerste Engelse woorden die ze op school leren.
Sumba is een mooi eiland maar als de mentaliteit van de mensen niet veranderd, en dat zal niet, dan blijven ook de weinige toeristen die nu komen, ook weg. De hotels zijn schaars en het onderhoud laat te wensen over. De prijzen van de kamers en het eten zijn te hoog en de mensen zijn onbetrouwbaar maar dat is eigenlijk in geheel Indonesië zo. Altijd alert blijven! Dit is nu al de derde keer in een paar dagen dat ze het hebben geprobeerd om ons te belazeren. We hebben het gezien deze reis en zijn er klaar mee maar we hebben wel weer vier weken genoten. Mooie dingen gezien en leuke dingen meegemaakt.  We gaan morgen met de bus naar Waitabula. Daar blijven we één nacht en dan vliegen we terug van Tambulaka naar Denpasar op Bali. En dan zijn we dinsdagavond weer thuis.
Kampung Waigoli

Zondag...wasdag in de rivier

Onze namen in het gastenboek schrijven met een donatie aan het dorp
Het badhuis van Kampung Praigoli
Op Pantai Marosi

Onder: het is ook badderdag voor de karbouws

zaterdag 24 mei 2014

Waikabubak (Sumba)

Ondanks het ingezakte bed hebben we toch redelijk geslapen. Wel werden we wakker om vijf uur van de buren die weer vertrokken naar Flores. Het is ongekend maar we kwamen gisteravond in gesprek met deze vrouwen en ze bleken dus te wonen in het traditionele dorp Bena. En wij zijn daar een aantal dagen geleden geweest. We hebben foto's van hun dorp laten zien en ze herkenden een moeder en andere familie. Ze vonden het helemaal geweldig dat ze hun eigen dorp en dorpsgenoten bij ons op de ipad zagen. Ons plan was met de bus van Waingapu naar Waikabubak op midden Sumba te reizen. Maar een man met een auto die toch onze richting uit moest bood ons aan mee te rijden tegen de prijs van de bustickets. Dat uiteraard gedaan want het is sneller en comfortabeler. Onderweg zagen we een heel ander eiland dan Flores. Sumba is glooiend en heeft geen jungle en hoge bergen maar een savanneachtige natuur met laag struikgewas en soms een stuk bosgebied. Het deed me een beetje denken aan de de Franse Dordogne.
We hebben onze intrek genomen in Hotel Artha en dat is niet slecht. Een goede kamer met een goed bed en een nette badkamer met mandi. We zijn hier de enige gasten. Heerlijk rustig. Vanmiddag hebben we de wandelsschoenen aangetrokken en hebben een stevige "hike" gemaakt langs een aantal traditionele dorpen dicht in de buurt van Waikabubak. De Kampungs Prai Klembung, Tarung en Tambelar liggen prachtig op een heuvel. De steile klim kost wel wat zweetdruppels maar dan krijg je ook wel wat te zien.







vrijdag 23 mei 2014

Waingapu (Sumba)

Een rustige morgen. Een beetje uitgeslapen alhoewel dat niet meeviel want ze liepen al voor zessen te vegen met zo'n rotanbezem die zo' n lekker schurend geluid maakt. Na het het traditionele ontbijt van toast met een gebakken ei zijn we op zoek gegaan naar een slaapplek op Sumba. En dat viel heel vies tegen. Alle hotels en guesthouses in Waingapu bij ons bekend waren volgeboekt en daar hadden we niet op gerekend.  Een aardige dame van een volgeboekt hotel gaf ons de naam van een hotel waar alleen locals logeren maar zij wist niet het telefoonnummer. Via internet hebben we dat kunnen achterhalen en gelukkig was daar nog een kamer vrij. Eenmaal geland op het vliegveld van Waingapu gebeurde het. We komen daar aan en pakken onze bagage. Komt er iemand naar ons toe zoals gewoonlijk met de vraag of we al transport hebben. "Neen, maar wat is je prijs? RP 40.000 en dat is niet slecht dus geregeld. We wilden net het gebouwtje uitlopen komt er een kerel naar ons toe met een A-4tje met mijn naam Hendrik en de naam van het hotelleke erop. Hij zei dat ie kwam van het hotel om ons op te halen. Oh wat aardig dus die andere afgezegd en meegegaan met die van het papiertje. De rugzakken achter in de bak en naar het "Hotel". Daar vroeg die transportkerel maar liefst RP 100.000. Dat betalen we niet! Maar jeetjemina....waar we nu weer terechtgekomen zijn! Het is een kamer met een doorgezakt bed en een lekkende mandi (een waterbak). Dit verblijf ligt in een soort achterstandswijk en dat is nog netjes uitgedrukt. De wat uitgedijde eigenaar zat achter een tafel aan het eind van de woonkamer en wenkte naar ons. "Heb je de kamer al gevonden?....."jazeker, prima hoor" want wij waren allang blij met een een "kamer". Beter zoiets dan niets. "koppie thee?....."ja, lekker! En wij vroegen ook gelijk waarom die gasten van het transport ons zoveel willen laten betalen. Hij wist van niets. Hij had die kerel niet gestuurd. "Maar hoe komt ie dan aan mijn naam? Dat wist ie ook niet...een raadsel. Toen ging er een lampje branden. Wat blijkt nu: iemand die hier rondloopt heeft een aantekening van de hotelbaas met mijn naam op tafel zien liggen met erbij geschreven dat wij met het vliegtuig komen. En dat heeft ie aan een vriend doorgebeld. Dus die naar het vliegveld. Hij bleek daar al een paar uur te staan. De dochter van de eigenaar, waarmee we later in gesprek kwamen, was een paar uur eerder vanuit Jakarta gekomen en had hem al zien staan. Wat een stelletje ratten! Maar heel aardig....de eigenaar van dit onderkomen betaalde de helft en wij de andere helft. Dus wij kregen gelijk het gevoel van: teveel betaald voor de kamer maar dat bleek niet zo te zijn want de mensen naast ons betaalden hetzelfde zijnde RP 175.000 wat gewoon teveel is. Het is niet anders. Zometeen gaan we eerst even badderen en op zoek naar een eethuis als die er is.
Naar Sumba....30 minuutjes vliegen
Het landschap van Sumba....weer heel anders
Hilton Waingapu
Onder: het lichtknopje van de natte ruimte
Onder: wat zullen wij lekker slapen

donderdag 22 mei 2014

Kelimutu National Park (Moni - Flores)

Allemachtig wat vroeg! Om vier uur ging de wekker. Even het hoofd onder de kraan en warme kleren aan want we gaan naar het Kelimutu National Park met de "drie kleuren meren". Om half  vijf stond onze chauffeur Melky al te wachten om de vulkaan op te gaan. Bij de ingang eerst nog entreekaartjes kopen en dan naar de parkeerplaats. Vanaf hier ongeveer een kilometer lopen over een goed begaanbaar pad en traptreden. Eenmaal boven, het was nog donker, gaf de opkomende zon al een beetje gloed. Even later kwam ie echt omhoog. AMAZING! De drie meren werden heel langzaam verlicht door de steeds mooier wordende zon. De legende zegt dat na de dood de goede mensen terechtkomen in het warme turquoise meer (Tiwu Nuwa Muri Koo Fai), de ouderen in het donkerblauwe koude (Tiwu Ata Polo) en degenen met een slecht karakter in het zwarte meer (Tiwi Ata Mbupu). Vanaf het hoogste punt zijn alle drie de meren zichtbaar. Het is prachtig.
Na deze geweldige ervaring zijn we teruggelopen naar de parkeerplaats. Onderweg werden we begeleid door de prachtig fluitende vogels in de omringende jungle. Wat een stilte en wat geweldig!
Terug naar het Bintang Guesthouse voor de onsterfelijke banana pancake. Na het stroef afrekenen met de chauffeur want we betaalden hem minder omdat hij zijn dag om half acht al eindigde, zijn we op de bus gestapt naar Maumere. Na drie en een half uur werden we gedropt op het busstation waar we uiteraard opgewacht werden door allerlei gasten die ons naar een guesthouse wilden brengen. Met de kleine bemo zijn we verder gegaan maar een homestay maar die was volgeboekt. Door een telefoontje van een aardige man aldaar zijn we door iemand van het Gading Beach Hotel opgehaald. En nu zitten we in een bamboebungalow op het strand. Helemaal goed voor een zacht prijsje van RP 185.000 Voor deze prijs worden we ook nog morgen naar het vliegveld gebracht want we vliegen in dertig minuutjes naar het eiland Sumba.










woensdag 21 mei 2014

Blauwe stenen (Ende - Flores)

Na een koele nacht, we hadden de kleren aan in bed, zijn we vanmorgen weer vertrokken. De rit ging richting via Ende naar Moni aan de voet van Kelimutu. En weer zijn we de gehele dag getrakteerd op een schitterende natuur. Eerst zijn we een kijkje gaan nemen in het traditionele dorp Bena, gelegen op een flank van de neit aktieve vulkaan Gunung Inerie. Een stuk cultuur en traditie van Flores wat we niet hadden willen missen. De mensen wonen daar nog steeds op de manier van heel lang geleden. Ze leven van de rijstteelt en het weven van de ikat. De huizen zijn van hout en het dak van palmbladeren. Allemaal heel aardige en spontane mensen. Na Bena zijn we teruggereden naar Bajawa en vanuit daar naar Wono, ook een traditioneel dorp maar niet zo fraai gelegen als Bena. Daar een rondje gelopen, wat roepias gedoneerd en even binnen gekeken bij een gastvrije vrouw en weer de auto in. Na een uurtje of drie rijden zagen we het "Blauwe stenen strand" liggen aan onze rechterhand. Heel bijzonder dat het zwarte strand voor een deel bezaaid ligt met blauwe, groene en paarse steentjes. Deze worden verzameld door de locals om te verkopen aan handelaren die ze weer doorverkopen aan de handel op Bali. Ze krijgen RP 25.000 per zak. Deze steentjes worden gebruikt voor decoratie van huizen, gebouwen en vooral zwembaden.
Uiteraard hebben we er een paar mooie uitgepikt en in de rugzak gestopt. Een kilootje meer of minder maakt ook niet meer uit. Hup weer de auto in naar Ende waar we in een warung weer zo'n magere kippenpoot hebben opgepeuzeld. Er was niks anders te eten dan zo'n vleugel. Dus vooruit maar weer.
Slingerend over soms beroerde wegen zijn we aangkomen in Moni waar we weer een aardig kamertje hebben kunnen scoren in het Bintang Guest House. Ook hier zitten we hoog en is het koel. Morgen om half vijf gaan we naar het Kilimutu National Park op om daar de zonsopgang te aanschouwen.


Het weven van hele mooie ikat
Het traditionele dorp Bena

Op het "Blauwe stenen strand" bij Ende
Onder: onderweg naar het hoogelegen Moni

dinsdag 20 mei 2014

Bajawa (Flores)

Onder een halfbedekte hemel vertrokken we om 07.30 uur richting Bajawa. Na een klein stukje rijden kwamen we langs het Ranamese Lake. Uiteraard gestopt voor een fotootje van dit mooi gelegen meer.
Slingerend door het prachtige landschap kwamen in Aimere. Dit dorp want meer is het niet staat bekend om zijn arakstokerijen. Ook hier gestopt om het proces van dit sterke spulletje te bekijken. Deze familie maakt vijf liter per dag van de palmwijn. Eenmaal de neus in het glas bij het proeven kreeg ik gelijk het gevoel dat dit meer gif is dan een drank. Wat een bocht zeg! Goed genoeg om de ramen te lappen, dat wel! De natuur op Flores is overrweldigend. Overal koffie- en cacaobomen. Jackfruit, papayas en avocados zijn er ook volop. Naast de fruitbomen natuurlijk ook veel bloemen. Door het slingeren, ontzettend veel bochten, werden we vaak een beetje slaperig maar werden steeds wakker geschud door de utzichten op de rijstterrassen. Geweldig! 
Maar Flores is wel aan het veranderen. Dit hadden we al gelezen in een artikel (aangegeven door vrienden). Alles draait ook hier om geld. Overal waar we komen proberen ze ons dubbele prijzen te laten betalen. Gelukkig zijn we aardig op de hoogte dus lukt dat vaak niet. Het spontane van de mensen verandert zodra ze een blank hoofd zien. We hebben een afspraak gemaakt dat we voor vier dagen een auto met chauffeur huren. De eerste twee dagen zitten erop en we hebben genoten van vooral de natuur. Morgen de derde dag en dan de laatste nog. We kregen te horen dat we de vierde dag om half vijf in de morgen naar Kelimutu gaan en dan zijn we om half acht weer terug. Dus wij vroegen wat we de rest van deze dag gaan doen. Het antwoord was: "Als jullie weer beneden zijn dan is de dag voorbij". Oh lekker en de rest van de dag? "Oh dat kan je opvullen door te gaan wandelen in het dorp want de auto gaat weer terug.
Gelukkig hebben we 35% van de prijs nog in ons zak en die zal daar ook blijven. Als we terug zijn van Kalimutu dan pakken we de publieke bus in Moni en wegwezen. We zijn superpissig, 
We zijn nu in Bajawa en dat is een stadje waar ze hoofdzakelijk katholiek zijn. Op zich niet zo bijzonder omdat Flores voor een groot deel katholiek en protestant is. De moslims zijn veruit in de minderheid en toch staat hier ook een moskee die te beluisteren is om half vijf in de ochtend. Maar wel heel bijzonder is dat de katholieken een overleden famielid op hun eigen terrein begraven. En niet ergens in een hoekje aan de achterkant, neen gewoon in de voortuin, bijna naast de voordeur onder de schotelantenne. Dat is wel zo gemakkelijk want dan hoeven ze de deur niet uit als de overledene jarig is. En het is ook simpel "mogge" zeggen bij het weggaan. Tussen de middag hebben we in een warung Ayam Lalapan gegeten. Dit is een groot bord witte rijst met een magere kippenvlerk. Voor de locals niet erg omdat ze eerst dat grote bord rijst opeten en als er dan nog een gaatje is dan pas de vleugel. Wij doen het andersom en dan is de vleugel aan de schriele kant. De middag hebben we gevuld met een bezoek aan de heetwaterbron Malanage Mata Air Panas in Het dorpje Nage. Het was heerlijk!
Morgen gaat de tour verder naar Ende en Moni. Onderweg gaan we o.a. Een paar traditionele dorpen bezoeken.

Bij het Ranamese Lake

Prachtige rijstterrassen
Volop jackfruit langs de weg
De arakstokerij

Een zalig heet bad
Begraven in de voortuin