maandag 30 december 2013

onderweg gekiekt

Een prachtige dag. Het is al enige dagen droog en zonnig. Het gras droogt alweer uit en de modder is weer omgetoverd tot stof. Het is wachten op de volgende regen. De temp. is om drie uur in de middag 32 graden en er staat nauwelijks wind. 
ik hang hier al een tijdje...

zaterdag 28 december 2013

toch anders...


Geen zuchtje wind. In de tuin is het soms te warm. Dan lopen we 75 meter naar zee en gaan met Madé, onze trouwe Balinese viervoeter, zitten op het stoepje van de strandpoort. Heerlijk! Een klein briesje van zee dat het verhitte lichaam enigszins “afkoelt”. Ik zit met mijn knieën gevouwen onder mijn kin, een positie die me doet kraken als ik weer opsta. Ik kijk naar links en dan zie ik een prachtig mooi breed strand enigszins verminkt door de aangespoelde rotzooi. We horen de vissersbootjes pruttelen. 
De golven van de Indische Oceaan slaan om als wimpers op natte ogen. Wat een schoonheid. De zweetdruppels op mijn voorhoofd en rug drogen op. Mijn gedachten dwalen af naar Holland waar het nu koud en nattig is. De Kerst is weer voorbij en oud-en-nieuw komt eraan. Als dat voorbij is gaat men weer snakken naar de lente. We moeten er niet aan denken om daar nu rond te lopen met een dikke jas aan, sjaal om in een zelfgebreide trui. Oef…. en dan ook nog die koude tenen die alleen maar kunnen ontdooien met het innemen van een glas glühwein. Glühwein? Jeetje dat is lang geleden. Als ik nu zo’n dampend glas voorzichtig blazend naar binnen werk dan ben ik de gehele week in de gloria. Nee laat maar…..we zijn de alcohol toch een aardig ietsje ontwend. Behoudens af en toe een Bintang (biertje) drinken we zelden nog alcohol. Als we naar rechts kijken zien we Java liggen. We horen de vissersbootjes pruttelen. Een prachtig eiland waar vele Hollandse roots te vinden zijn in o.m. Bandung, Bogor, Jakarta en Surabaya. Een plek met veel landschappelijke schoonheid aangetast door armoede. Dit is overduidelijk waar te nemen vanuit de schitterend treinreis door midden Java. Ook in Holland is armoede maar toch anders dan hier. Mijn gedachten dwalen weer af maar nu naar Spanje, ons eerste emigratieland.  Ook daar is door de crisis armoede maar toch anders dan hier. In España is het ook winter maar toch anders dan in Holland. Meer zon en niet zó koud en nat. Ook daar is de Kerst voorbij en komt oud-en-nieuw. Dan snakt men weer naar de zomer. Toch anders dan de Hollandse lente.  De Spanjaarden zitten regelmatig in een restaurant aan de “Cordero al horno” (lamsvlees uit de oven). En om de smaak van dit lekkers te verrijken schenkt men een fles van onze lijfwijn “Campo Viejo”.
(een geweldige rode uit de Rioja).  Toch anders dan boerenkool met worst en een glas melk. En als men ons vraagt wat we missen dan is het niet die boerenkool, ook niet de HEMA-worst, geen drop, ook geen hagelslag, ook geen frikandel maar wel zo’n heerlijk glas wijn. Dat te drinken met zeer oude hollandse boerenkaas ,gesneden in blokjes zonder prikker. Martin Luther King zei eens “It is a dream”. Leven op Bali is een uitgekomen droom. Zo’n fles goede wijn was geen droom maar is het nu wel. Maar dromen zijn er om uit te laten komen dus ook die fles “tinto” zal zeker weer op tafel komen als we over een paar jaar Spanje bezoeken. Onze gedachten, de golven slaan nog steeds om, de vissersbootjes pruttelen nog steeds, verdwijnen zachtjes naar van alles…….we slaan de ogen open en we laten een teug heerlijke zelfgemaakte mangojuice in ons keelgat glijden. Ook lekker maar toch anders!

zaterdag 21 december 2013

terug naar huis


Ik rij nog een klein stukje door voorbij het politiebureau en stuur mijn Suzuki het parkeerterrein op bij de toko waar ik mijn schroeven koop. De parkeerwachter knikt en ik stal mijn ijzeren ros onder een boom naast de anderen. Wij noemen deze parkeerwachter altijd “oogje” omdat zijn rechteroog troebel is en wij vrezen dan ook met grote vrees dat hij met dat oog heel weinig tot niets kan waarnemen.
de parkeerwachter
Ik plant mijn helm op de rechterspiegel en ga de toko binnen. Bij “Kawi Jaya” is werkelijk van alles te koop. Vooral voor gereedschappen en aanverwante artikelen is dit een goed adres. Eén van de meisjes komt naar me toe en vraagt wat ik nodig heb. Ik leg haar uit dat ik 50 schroeven wil. Voor mijn en haar gemak heb ik een voorbeeld meegenomen. De schroeven worden uitgeteld en in een plastic zakje gedaan. Het uitgeschreven bonnetje wordt aan de baas doorgegeven die het controleert en uitrekent.
Voor de prijs wordt één van de vele mappen geraadpleegd want er wordt geen elektronische kassa gebruikt. De tafel ligt vol met bonnetjes , boekjes, mappen en nog veel meer papiertjes. Tegen het wegwaaien, als de ventilator op volle toeren draait, liggen er overal moeren en andere ijzeren voorwerpen op de stapeltjes papier. Ik moet afrekenen RP 6500. Ik ga naar buiten en neem de benenwagen naar de dichtbijgelegen “pasar” om twee kilo Mangas Golek te kopen. Niet ver de markt op zit een heel aardige vrouw die ook voor mij de normale prijs hanteert: RP 8000 de kilo. Met mijn twee kilootjes loop ik terug naar “oogje”, geef hem een briefje van 1000 roepias want dit is de vaste parkeerprijs voor motoren, start mijn motor, zet de helm op en ik ga rechtsaf en weer rechtsaf de hoofdweg op om Negara te verlaten. Aan het einde van de hoofdstraat ga ik rechtsaf en stuur een smal weggetje op naar de rijstvelden. Terwijl ik mijn helm afdoe en die aan het haakje van het stuur hang, stort ik me in de prachtige natuur. Er is vandaag weer veel beleving. Een klein stukje verderop loopt een eendenhoeder die zijn groep eenden loslaat op een zojuist onder water gezet rijstveld. Eerst de opruimende eenden erop en dan later wordt het omgeploegd en klaargemaakt voor de nieuwe plant. Ik ga weer de twee bruggen over richting Yehkuning. Links in de berm langs een gisteren aangeplant rijstveld staat een fiets, niet blinkende van nieuwigheid, met aan het stuur een “capil”.  De berijder van deze tweewieler wenst blijkbaar niet mee te doen aan het gemotoriseerde verkeer. 
Aan de rechterkant zijn ze volop bezig met het planten van jonge rijstplantjes. Een tiental werkers die de gehele dag met de kont omhoog vastgezogen staan in de blubber.  
Met respect sla ik dit tafereel van de hardwerkenden gaande. Na een tiental minuten rij ik verder en ga twee keer rechtsaf en nog een keertje links-en rechtsaf de poort door en ik ben weer thuis waar Madé me kwispelend op staat te wachten. De lucht dreigt met donkere wolken maar ik ben op tijd binnen. Het begint te regenen. De koffie staat klaar.